In 1972 verhuisde Vesa Liukku, zoon van Finse ouders, van Gent naar Rotterdam. Het was nogal een omslag; van de historische gebouwen in de oude Belgische stad naar de toen nog redelijk nieuw gebouwde stad aan de Maas. Meneer Liukku had er een baan gevonden als docent biologie. Aanvankelijk woonde hij met zijn vrouw in Charlois. Dat was niet zo best: “het was niks, maar kostte ook niks”. Dan het Hoogkwartier – waar het echtpaar een nieuwe woning vond – dat werd een heuse ‘karbonadebuurt’ genoemd.

Het was nogal een omslag; van de historische gebouwen in de oude Belgische stad naar de toen nog redelijk nieuw gebouwde stad aan de Maas.

Van middenstanders naar yuppen

In de portiek aan het Groenendaal woonden verschillende middenstanders, zoals de buren die een aantal hengelsportzaken uitbaatte. En er was een conciërge bij het gebouw, die woonde om de hoek. Je kon bij hem aankloppen met allerhande problemen. De conciërge vertelde aan meneer Liukku dat het huizenblok een van de eerste was geweest dat in het platgegooide centrum werd opgetrokken. Tegenwoordig wonen in het gebouw vooral yuppen en studenten, die gezamenlijk een appartement huren.

Er was een conciërge bij het gebouw. Je kon bij hem aankloppen met allerhande problemen.

Fijne buurt

Het Hoogkwartier was een fijne buurt om kinderen in op te voeden. Het was er rustig en er was genoeg ruimte om te spelen. Vanuit de woonkamer aan het Groenendaal had je uitzicht op de Maas, de oude haven daar lag vroeger braak. Als de plassen water die daar lagen in de winter dichtvroren, konden de kinderen gemakkelijk schaatsen.

Veranderingen

De kinderen van het portiek hadden een takelsysteem van touwtjes met emmertjes eraan bedacht, dat tussen de balkons heen en weer werd bewogen. Kinderen wonen niet zoveel meer in de buurt. Meneer Liukku is geen tegenstander van mogelijke veranderingen in de buurt, het is misschien wel tijd voor “een stukje nieuw leven”. Maar dan wel veranderingen die rekening houden met het eigen karakter van de buurt, sterker nog: “dat moet je aangrijpen”.

Alle verhalen