Mevrouw Schipper

Mevrouw Schipper is bijzonder trots, “stinkend trots” op haar woning. Ze kijkt uit op de felgekleurde buizen van de bibliotheek vanuit haar appartement in de Blaaktoren – het markante gebouw naast station Blaak dat ook wel bekend staat als het Potlood.

Het oudste deel van Rotterdam

In 1975 verhuisde mevrouw naar Rotterdam en ging ze op kamers in het Oude Westen. De buurt ging in die tijd hard achteruit. Op een ochtend stond het pand in brand. Tijdens haar zoektocht naar een nieuwe woning kwam ze dit huis tegen. Het was veel duurder dan een kamer, maar het was wel het goedkoopste appartement in het hele pand. Het bevalt goed, altijd nog. Inmiddels woont ze hier vast het langst van iedereen, sinds de oplevering in 1984. Ze is afhankelijk van het openbaar vervoer en dat kan hier niet beter met station Blaak op een steenworpafstand. “Je stapt in en uit voor de deur.” Het is eigenlijk ideaal om midden in de stad te wonen als je ouder wordt, alles is voor de deur te vinden. En mevrouw woont, zo benadrukt ze, in het oudste deel van Rotterdam: “vlakbij de plek waar Erasmus geboren is en vlakbij de dam die uiteindelijk de naam Rotterdam opleverde.”

Schitterend

Ze is altijd gek geweest op Rotterdam. Toen ze jong was, woonde mevrouw in Strijen. En hoewel Dordrecht dichterbij lag, ging men altijd winkelen in Rotterdam. Dat was altijd schitterend. De Lijnbaan was pas geopend, met de mooiste winkels. En de Bijenkorf! Dat was zo’n mooie winkel. “Prachtig, schitterend, schitterend.” Toendertijd ging je niet op vakantie, maar wel uit logeren. Dan ging mevrouw met haar tantes. Zij hadden een hoedenwinkel en moesten dan hoeden kopen in Rotterdam. Ze gingen dan de hele stad door, inclusief een bezoek aan het Groothandelsgebouw, om naar hoeden te zoeken. Ze mocht dan tot laat opblijven en de hele avond praatten ze over Rotterdam.

Ze mocht dan tot laat opblijven en de hele avond praatten ze over Rotterdam.

Dievenbende

Mevrouw houdt van de levendigheid in de stad. Het is best een contrast met het dorp waar ze opgroeide. Op haar achttiende hield ze het daar voor gezien . In de stad gaat ze graag naar het museum Boijmans van Beuningen, of naar de Bijenkorf. Boekhandel Donner, daar zou ze ook niet zonder kunnen. En ze fietst veel, ook naar het Luxor of de Schouwburg, of naar het zwembad. Zomers, ’s ochtends vroeg fietst ze graag door de stad. Dan ziet ze hoe de hele stad wordt schoongemaakt door de Roteb, want “het is één grote dievenbende na het uitgaansvolk”.

“het is één grote dievenbende na het uitgaansvolk”.

Het is levendig rondom de Blaak. De markante architectuur van Piet Blom trekt “Japanners bij de vleet” aan. En er zijn hier in de omgeving een hotel en een hostel te vinden. Het is wel jammer dat er niet zoveel onderhoud meer wordt gepleegd aan het Potlood. Het geld is op. Toen de Kubuswoningen 25 jaar bestonden, werd er een groot feest gevierd onder de gebouwen. De kinderen van Piet Blom waren ook aanwezig. Mevrouw heeft wel die kans gegrepen om even de dochter van de architect te vertellen dat ze het zo fijn wonen vindt. Ze was tot tranen geroerd.

Alle verhalen