Vanuit de woning aan de Hoogstraat van meneer van Wingerden kijk je zo uit op de stad. Aan de voorzijde zie je het Zijl, grenzend aan de Steigersgracht en de nieuwe Markthal, achter ligt de Hoogstraat. Die Markthal, daar is meneer niet zo tevreden over. Het nieuwe gebouw staat nogal in het zicht en blokkeert het uitzicht op de Maas.

Schatten uit ‘de puin’

Het contrast tussen het grote gebouw en de kaalheid die de stad ooit kenmerkte is gigantisch. Meneer van Wingerden heeft de stad continue zien veranderden. Waar nu gewinkeld wordt in de Markthal, groeven zijn zoons in ‘de puin’, zoals de schade in binnenstad genoemd werd. Ze ontdekten pijpenkoppen, botjes, tegeltjes, schelpjes en andere schatten. Nu blijkt dat de kinderen gegraven hebben op het oudste punt van de stad, zoals ook te zien is in de Markthal waar archeologische vondsten zijn uitgestald. Toch bijzonder. Toen een boom aan het Hang, “in de puin” tegenover het huis gekapt werd, werd de oudste zoon van meneer flink kwaad. De stad, met zijn braakliggende terreinen en willekeurige stukjes wildernis, was echt zijn speeltuin.

Waar nu gewinkeld wordt in de Markthal, groeven zijn zoons in ‘de puin’, zoals de schade in binnenstad genoemd werd. Ze ontdekten pijpenkoppen, botjes, tegeltjes, schelpjes en andere schatten.

Woningnood

Al zeker 45 jaar woont meneer in het huis boven de Hoogstraat. Het was niet eenvoudig om een woning in de stad te bemachtigen in de wederopbouwperiode. Er heerste enorme woningnood. “Je liep allemaal te zoeken naar huizen en dergelijke”. Gelukkig had meneer een goed netwerk; via een klant kon hij deze woning krijgen. Hij betrok de woning met zijn vrouw, toen de binnenstad nog bepaald niet ‘af’ was. De kubuswoningen en andere gebouwen stonden er nog niet, je keek zo de hele stad door. Mevrouw van Wingerden moest erg wennen aan de binnenstad. Het gezin woonde eerst in Kralingen en daar had het gezin een warm netwerk; de buren trokken regelmatig met de kinderen naar het park. In de binnenstad was dat toch anders.

Na de oorlog was bouwmateriaal schaars. Er mocht na de oorlog dan ook geen gebruik worden gemaakt van ramen die groter waren dan één vierkante meter. De woning had daarom kleine ramen.

Na de oorlog was bouwmateriaal schaars. Er mocht na de oorlog dan ook geen gebruik worden gemaakt van ramen die groter waren dan één vierkante meter. De woning had daarom kleine ramen. Die zijn in de loop van de jaren allemaal vervangen door grote ramen die het uitzicht op de stad vergroten. “Helemaal in lijn met de gedachte van de wederopbouw; licht , lucht en ruimte” vertelt meneer trots.

Bloemen aan de straat

De oorlog herinnert meneer Van Wingerden zich goed. Hij woonde op het Noordereiland, waar hij ook geboren was. Het eiland was hachelijk gelegen tussen vijandelijk en vriendelijk vuur. Hij heeft moeten vluchten. In de straten werden soldaten begraven. “Daar zag ik voor het eerst wat oorlog was.” De gesloten bloemenzaak werd leeggehaald en vazen met restjes bloemen werden langs de straten gezet. Dat vergeet hij nooit meer. Dat en de stank van de brand; de grote zwarte rookwolken die vervaarlijk boven de stad hingen.

Hij woonde op het Noordereiland, waar hij ook geboren was. Het eiland was hachelijk gelegen tussen vijandelijk en vriendelijk vuur.

Direct na de oorlog moest meneer naar een andere school in het centrum. “Toen begon de tijd van hier.” Elke dag liep hij naar school dwars door ‘de puin’ heen; avonturen, speelmateriaal, meneer had gewoon een geweldige tijd. De schade mocht dan zijn geruimd, er waren genoeg putten achtergebleven en restanten van tuinen die ooit achter woningen verscholen lagen. Naast de Blaak en het luchtspoor lagen pas echt grote putten, daar werd ‘s winters veel geschaatst en in de zomer gevoetbald. Op woensdagmiddag was het: vlug naar huis, brood eten en dan terug om te voetballen. “Het was fantastisch, dat vergeet je nooit meer.” In een van de winters tijdens de wederopbouwtijd sprong een waterleiding bij de Vierleeuwenbrug , maar niemand die er iets om gaf. Het water dat uit het lek spoot bevroor in grillige vormen; ijssculpturen in een niemandsland.

Naast de Blaak en het luchtspoor lagen pas echt grote putten, daar werd ‘s winters veel geschaatst en in de zomer gevoetbald.

Chroom en formica

De ouders van meneer hadden voor de oorlog een meubelzaak op de Goudsesingel. Die is weggebombardeerd. De nieuwe winkel kwam aan de Van der Takstraat. Meneer heeft de oude kasboeken van vlak na de oorlog nog thuis; daaruit kan je oplezen dat het echt moeilijke tijden waren. Vader kocht spullen bij het Venduhuis in; alles wat maar met huizen te maken had. Ook naar tweedehandsspullen bestond toen een grote vraag. Later voegde meneer van Wingerden zich bij zijn vader in de winkel. De welvaart in de stad nam toe en de klanten wisten steeds beter de weg naar de woonwinkel te vinden. Naast particulieren waren ook bedrijven en schepen klant bij de zaak. Voor elk seizoen moest alles opnieuw gestoffeerd worden. “Er werd hard gewerkt en het geld moest uitgegeven worden.” Het aanbod werd snel beter. “Je kreeg machines die opeens vier meter breed tapijt konden produceren.” Andere meubelen raakten in trek, in een andere stijl: meubels van moderne materialen als chroom en formica. Rotan ook, dat kwam opeens op. Het was niet meneer zijn smaak, maar het verkocht goed.

“Er werd hard gewerkt en het geld moest uitgegeven worden.”

Niet te nauw

De Hoogstraat van nu ziet er anders uit dan de Hoogstraat van vroeger. Buurten veranderen altijd, merkt meneer Van Wingerden op. Erg is dat niet. Toen meneer hier nog maar net woonde reden hier nog autos door de Hoogstraat. Toen was de Hoogstraat nog best wel sjiek en woonden veel eigenaren van winkels boven de eigen zaak. Nu is het niet zo gezellig meer. De Meent, “dat is een end opgeknapt.” Na het bombardement “zijn ze begonnen met de straten uit elkaar te trekken” vertelt meneer over de wederopbouw. “Niet te hoog: je wilde licht en lucht in de stad.” Tegenwoordig streeft men in de stad juist weer naar verdichting, zoals hiernaast, daar willen ontwikkelaars hoog en breed gaan bouwen. Dat vindt meneer maar ouderwets. “Het wordt nauw!”

Alle verhalen