maltha-6
De aula met de driedimensionale schildering van Henk Maas.

Een bordje en bestek lenen in de kantine

“De eerste dag was een sensatie.” Diny was 19 jaar toen ze in 1957 als scholiere van de 4e klas aan de meisjeskweekschool St. Lucia, de opleiding tot onderwijzeres, het nieuwe gebouw betrok. “De lokalen waren ruimer en hadden grotere ramen. We kregen tafels en stoelen in plaats van ouderwetse schoolbanken. En er was een dakterras! Dat was heel bijzonder,” Diny haalt even adem “…maar je kon er niets. Er stonden niet eens stoelen.” Ze lacht. “De grootste verandering was dat we een kantine kregen! Er was een mooie kleurige, moderne muurschildering. Je kon aan een soort counter koffie, melk en thee kopen. Best betaalbaar, ik denk voor ongeveer 5 cent.” Lunch kocht Diny er niet, ze nam zelf brood mee. Twee boterhammen met kaas of gelderse worst. En fruit was nog een luxe, dat kreeg je maar 2 of 3 keer per week. Bij de counter kon je ook bestek en bordjes lenen om je brood op te leggen. Een hele vooruitgang vond Diny het want daarvoor at je je boterhammen in je lokaal aan je lessenaar zo uit het vuistje.

Diny Fadel voormalig St. Lucia Hennekijnstraat Rotterdam (SKVR) 2018 09 07 foto Joke Schot (2)
Diny aanschouwt het behoorlijk veranderde uitzicht vanaf het dakterras

Je hoefde geen mening te hebben

Al werden de jonge vrouwen op de kweekschool opgeleid om zelf juf te worden, volgens Diny werden ze door de zusters nog als kinderen behandeld. “Het was erg schools. Je moest gewoon leren wat er verteld werd en je hoefde geen eigen mening te hebben.” Soms dacht Diny wel : “Hoe kun je dat nu zeggen?” maar een tegengeluid was er nooit te horen. “Uiteindelijk was iedereen op dezelfde manier grootgebracht. Je werkte hard zonder te klagen en je gaf niet op, al was ik het leren de laatste paar jaar wel beu.”

Fruit was nog een luxe, dat kreeg je maar 2 of 3 keer per week

Zoals vroeger de werkdagen langer waren, duurden ook de schooldagen best lang. Diny vertrok even na zeven uur ’s morgens uit Kethel bij Schiedam om met een vriendinnetje drie kwartier naar de stad te fietsen. Een bruine leren aktentas met de geleende schoolboeken achterop. “Alleen met erge sneeuw namen we vanaf Overschie de bus.” Ze stalde haar fiets in de kelder onder het gebouw en had daarna van acht tot drie of vier uur les. Op de woensdagen hadden ze weliswaar slechts een halve dag les, de studentes moesten ook op zaterdag een halve dag les volgen. Na school vertrok ze gewoonlijk meteen naar huis. “Soms haalden we eerst nog een ijsje bij Capri, maar laat maakte je het niet. Je had nog huiswerk.” Diny zat praktisch elke avond tot een uur of negen à tien te werken. “Je werd uiteindelijk opgeleid om alle vakken te geven. Ook gym. Dus je moest veel leren.”

Diny Fadel voormalig St. Lucia Hennekijnstraat Rotterdam (SKVR) 2018 09 07 foto Joke Schot (1)
Diny voor de voormalige Ben Maltha garage

Vertier

Diny vertelt dat ze zelfs les heeft gekregen in het draaien van 8mm films. Het kon natuurlijk zijn dat je als juf een film in de klas wilde tonen. “Maar dat was een verschrikking! Ik kon er niets van. Gelukkig heb ik nooit op een school gewerkt waar ze zo’n projector hadden.” Met de kweekklas maakten ze wel eens uitjes naar museum Boijmans van Beuningen of de bioscoop. “Ik kan me nog een film over Napoleon herinneren. Het moest natuurlijk wel educatief zijn.” Toch was er ook ruimte voor vertier bij de eindejaarsavonden met optredens van medescholieren of dat ze met zijn allen ‘Im Wienerwald’ van Strauss zongen. Ze hadden soms zelfs een gemixte dansavond met de jongenskweekschool. Diny giechelt: “Dan zaten de zusters in een rijtje op het toneel om een oogje in het zeil te houden.

Diny Fadel voormalig St. Lucia Hennekijnstraat Rotterdam (SKVR) 2018 09 07 foto Joke Schot (4)
De kantine van vroeger is nu een gymzaal bij de SKVR

Zusters als docent

De zusters waren over het algemeen intelligente, goed opgeleide vrouwen, die goed waren in het lesgeven. De non die ze had voor tekenen en schilderen was werkelijk artistiek. Ze herinnert zich dat er een wet werd aangenomen,die het verplicht maakte voor toekomstige onderwijzers om een instrument te leren bespelen. “Moesten we allemaal een blokfluit kopen.  En de eerste keer dat we met zijn allen op die blokfuit speelden klonk verschrikkelijk!” Het kwam goed, ze leerden uiteindelijk samen te spelen. Net als de blokfluitles, werden sommige lessen door mannelijke of vrouwelijke leerkrachten gegeven. Een pater gaf godsdienstles.  Het vak cultureel & maatschappelijk leven werd gegeven door een jongere man, bij wie soms wel meningsverschillen mogelijk en aangemoedigd werden. “Al was het systeem nogal schools, in de pauzes waren we natuurlijk vrij om te doen wat we wilden. Met mooi weer gingen we even de Lijnbaan op. Ja dat was gezellig.“ En die garage van Ben Maltha waar ze boven zaten? “Je merkte niets van de garage. Geen lawaai, geen vuiligheid en je zag de mannen ook nooit.”

Tijdens de dansavond met de jongensschool zaten de zusters in een rijtje op het toneel om een oogje in het zeil te houden.

Schools en katholiek

Dat er serieus gestudeerd werd op St.Lucia bleek; een vaste vriend hadden zij en haar vriendinnen toen nog niet. Dus kon Diny zonder oponthoud in 1959 als schooljuf aan de slag op een katholieke basisschool. Een klas met een schoolse opstelling van drie rijen banken “Dat was misschien niet zo leuk, maar zo was het toen de gewoonte. Je kon wel 30 tot 40 kinderen in een klas hebben. En je had één klas, daar was je verantwoordelijk voor. Wat ik eigenaardig vind, is dat je nu halve tijd kunt werken, zodat je de verantwoordelijkheid deelt met een ander. Daar zou ik, geloof ik, niet zoveel voor voelen.” Daarentegen was het nog vrij gewoon, dat een onderwijzeres aan een katholieke school ontslagen werd als ze ging trouwen. Zo ook bij Diny. Schools en katholiek, een duidelijker stempel had de kweekschool St.Lucia niet kunnen drukken op de carrière van Diny.

Alle verhalen