Tegenwoordig blijven veel bewoners van de Oostelijke binnenstad maar een paar jaar in het gebied wonen, totdat ze weer verder verhuizen. Sommige bewoners wonen echter al tientallen jaren in de binnenstad en hebben hun leefomgeving met de tijd zien meebewegen. Meneer en mevrouw De Bruin wonen al bijna vijftig jaar aan de Hoogstraat. Het scheelt maar een paar jaar.

Middenstanderswijk

Het kostte het echtpaar enige jaren om een fijne woning te vinden. Na een paar jaar in onderhuur te hebben gewoond in Zuid konden ze hun huidige woning betrekken. Mevrouw De Bruin werkte toen bij de Technische Unie en deze woning kon via via worden bemachtigd. De verhuizing was een stap omhoog, niet alleen qua kwaliteit van woning, maar ook qua omgeving: “vroeger zei je, zooo woon jij op de Hoogstraat?”. Het Hoogkwartier was een echte middenstandswijk.

De verhuizing was een stap omhoog, niet alleen qua kwaliteit van woning, maar ook qua omgeving: “vroeger zei je, zooo woon jij op de Hoogstraat?”

Een baan in de buurt

Mevrouw De Bruin heeft op verschillende plekken in het Hoogkwartier gewerkt. Een baan in de buurt was handig omdat mevrouw het werken combineerde met de zorg voor hun zoon Barry. Kinderen konden vroeger goed spelen in de buurt, maar de ouders moesten wel altijd mee naar het Achterklooster aan de andere kant van de Hoogstraat. Al kwam er natuurlijk ook een moment van loslaten, dat weet meneer De Bruin nog heel goed. Hij stond vanaf het balkon toe te kijken hoe Barry wegfietste.

Echte stadsmensen

Elke dag gaat het echtpaar de stad in voor een wandeling. Dat is toch wel een van de mooiste aspecten van hun woning, dat de stad zo dichtbij is. Ze zijn echte stadsmensen, die stad hebben zien opbouwen, van de Koopgoot tot de huidige Markthal. En er is natuurlijk altijd wat te beleven in de stad. Die liefde voor het centrum, die gaat nooit meer weg. Zelfs toen ze in Zuid woonden, bleef het centrum trekken. Mevrouw lacht: “Als ie nieuwe sokken moest hebben moest ie naar de stad.”  “Je schijnt op te vallen als stadsfiguur, je ziet elkaar toch elke dag.” Tijdens de wandeling komen meneer en mevrouw altijd een paar bekende gezichten tegen, zoals een dichteres die elke dag in het roze gekleed is. Het zijn aanvankelijk wildvreemde mensen, maar “dan ga je vertellen en dan kom je erachter dat je allemaal gedeelde verhalen hebt”. Gedeelde verhalen waren er vroeger meer in het Hoogkwartier. Meneer en mevrouw De Bruin kenden iedereen, maar dat is nu niet meer zo. Er waren tijden dat ze ‘met z’n achten’ op het balkon zaten in de avond. Als je in die tijd van het balkon af keek, keek je neer op allemaal tuintjes op de werkruimten in het expeditiehof.

Tijdens de wandeling komen meneer en mevrouw altijd een paar bekende gezichten tegen, zoals een dichteres die elke dag in het roze gekleed is.

Alle verhalen