Het is koud in de Laurenskerk, de vloerverwarming is uitgevallen. Orgelmuziek klinkt door de ruimte, iemand is aan het oefenen op het instrument. Rondom een straalkacheltje in de koffiehoek vertellen drie bevlogen vrijwilligers van de Laurenskerk over hun ervaringen met een van de meest markante gebouwen van de Rotterdamse binnenstad. Twee van hen werken samen in de koffiehoek, de ander is al sinds zijn jeugd groot liefhebber van de kerk en leidt bezoekers rond.

Gips uit Amsterdam

De rondleider vertelt dat hij al tijdens de oorlogstijd speelde op de stenen brokstukken die rondom en in de kerk lagen. Hoewel de kerk voor een deel bleef staan tijdens de brand, raakte het gebouw ook erg beschadigd. Later, in de jaren 1950, maakte meneer mee hoe het er tijdens de restauratie van de kerk aan toe ging. Zo maakte hij kennis met de beeldhouwer, die verantwoordelijk was voor de reconstructie van de vele beeldhouwwerken die de kerk nu weer rijk is. Gelukkig waren voor de oorlog veel gipsen afgietsels van de decoraties gemaakt, die in Amsterdam waren opgeslagen. Daarmee konden na de brand oude decoraties opnieuw worden aangebracht. De kapitelen – kopstukken van zuilen – werden ter plaatste in een loods nagehakt naar voorbeeld van de gipsen. Meneer heeft zelfs wat kleine gipsen mee naar huis gekregen, die voor hem als een cadeautje werden gemaakt door de beeldhouwer.

Imposant gebouw

“Ik wist altijd al dat ik naar de Laurenskerk wilde” vertelt een andere vrijwilligster over haar keuze om aan de slag te gaan voor de instandhouding van het markante gebouw. Ze had er een band mee, dat is gewoon zo. En het is een open toegankelijke kerk, die draait op vrijwilligers. Het is heel leuk om te werken in zo’n fijn gebouw, de sfeer is prettig. Misschien komt dat door de eenvoud, of misschien door de imponerende grootsheid. En de geschiedenis, dat maakt ook indruk. ’s Ochtends wordt de kerkdeur altijd open gedaan door de koster. Dat is de persoon die zorgt dat het dagelijkse reilen en zeilen in het gebouw op rolletjes loopt. In een kerk als de Laurenskerk vergt dat aardig wat inzet, omdat het gebouw inmiddels meerdere functies heeft. Een van de vrijwilligsters is ook 7,5 jaar koster geweest “van de Laurens”. Ze had het nooit geambieerd, maar opeens werd ze daarvoor gevraagd. En het ging goed, al waren het wel lange dagen, zeker op de zondagen. Maar het is bijzonder, de ‘Laurens’ is toch het symbool van Rotterdam, een van de weinige gebouwen die over zijn van voor de oorlog.

Misschien komt dat door de eenvoud, of misschien door de imponerende grootsheid. En de geschiedenis, dat maakt ook indruk.

Thuiskomen

Soms komen bezoekers langs in de kerk met bijzondere verhalen. In de koffiehoek hangen foto’s van de beschadigde kerk, die worden altijd goed bekeken. “Ik had een keer een oudere Duitse dame aan de balie”, vertelt de vrijwilligster, “die vroeg, hebben wij dat gedaan? Toen liepen de tranen over haar wangen.” Dat is toch bijzonder aan het werk in de kerk, je komt er met veel mensen uit het buitenland in contact. “Het is een klein beetje thuiskomen in de kerk.” De vrijwilligers zijn altijd weer blij als ze binnenkomen. Er zijn ook aardig wat vaste bezoekers. Zoals de groep uit Oud-Beijerland die de kerk op zaterdag aandoet. En de postzegelverzamelaars, die elke zaterdagochtend bij elkaar komen in de koffiehoek. Als de koster om 11 uur de deuren opent staan ze al voor het gebouw. Ook vragen bezoekers vaak naar informatie over hun familie. Over wie er getrouwd is in de kerk en wanneer. En waar en wanneer mensen begraven zijn. Dan proberen de vrijwilligers de mensen zo goed mogelijk te helpen of door te verwijzen. De vrijwilliger die graag rondleidt heeft zelfs zelf archiefonderzoek gedaan naar de zerkenvloer van de kerk. Er zijn er wel 1400 geweest, elk met een eigen verhaal.

“Ik had een keer een oudere Duitse dame aan de balie”, vertelt de vrijwilligster, “die vroeg, hebben wij dat gedaan? Toen liepen de tranen over haar wangen.”

Om de beurt een rondje

De kerk wordt gekarakteriseerd door bijzondere details, waar de vrijwilligers een eigen band mee hebben. Zo vertelt een van de dames dat ze het koor van de kerk (de ruimte waar het altaar zich bevindt) het meest bijzonder vindt, daar wordt de kerkdienst gehouden. Nog specifieker, vindt ze het majestueuze koperen koorhek prachtig, dat de oorlog overleefd heeft. De andere koffiedame vertelt dat ze eigenlijk een band heeft met het gehele gebouw, niet perse met één plek erbinnen. De dames werken vaak samen in de kerk. Dan gaan ze ook altijd even om de beurt een rondje doen; “Meid, ga jij een rondje doen?” Dan kunnen ze ook gelijk even kijken of de luikjes bij het koor weer gesloten moeten worden.

Nog specifieker, vindt ze het majestueuze koperen koorhek prachtig, dat de oorlog overleefd heeft.

Nonnengang

Meneer heeft meer met de imposante graven in de kerk, veelal van zeehelden. Hij laat ze graag zien en weet er bijzonder veel over te vertellen. Tijdens een enthousiaste rondgang door het gebouw passeren de details in rap tempo de revue. Hij wijst op de kanonsloop waarop een held in marmer te ruste ligt, zijn open vizier naast hem, op de poëtische teksten die op de graven zijn gebeiteld en de verschillende kapellen die door kunstenaars zijn ingericht. In het koor beweegt op een verplaatsbare lift de koster richting het plafond, met een stofzuiger in de hand. Het is de enige manier om de kapitelen mooi schoon te houden. “De koster kan alles” vertelt de rondleider.

“Hou op schei uit, dan waren de nonnen zo naar beneden gedonderd.”

De vrijwilligers wijzen op de balken in het dak van de kerk, hoog onder de nok. Een van de dames heeft wel eens op die balken gelopen, toen ze met de koster mee ging om de lampen te vervangen. Door een klein deurtje in de muur moet je dan naar boven. Daarboven, wordt wel eens gezegd, vind je ook de nonnengang. Maar het hek werk voor die gang is pas in 1915 aangebracht, dus het lijkt onwaarschijnlijk dat er ooit een non gelopen heeft. “Hou op schei uit, dan waren de nonnen zo naar beneden gedonderd.”

Alle details

Nadat de koster met zijn lift weer naar de stenen vloer van de kerk afdaalt, vertelt hij nog even kort over zijn relatie met het gebouw: “je gaat alle details zien”. Hij moet opletten dat hij niet dag en nacht in het gebouw is; “het gebouw wordt toch een beetje van jou. Maar het is wel mooi hoor.

Alle verhalen