Piet en Wil Barendregt zijn echte Rotterdammers. Geboren in 1938 en 1942 hebben ze de wederopbouw van nabij meegemaakt. Niet alleen qua tijdgeest, maar Piet en de vader van Wil werkten ook mee aan de daadwerkelijke wederopbouw.

piet-barendrecht-2

Van schilder naar timmerman

De vader van Wil was huisschilder. Weliswaar half blind, daarom schilderde hij vooral grond- en betonwerk. “Daar kon niet veel misgaan.” In het platgebombardeerde Rotterdam betekende dat werk in overvloed. Eén van de werken was de Euromast. Het leverde het gezin vrijkaartjes voor de Floriade van 1960 op. Wil kreeg verkering met Piet en toen hij als leerling timmerman begon werd bouwen een niet weg te denken onderdeel van hun leven. “Overdag werken en ’s avonds leren. Negen jaar ging ik naar school.” In 1954 begon Piet bij J.P. van Eesteren, de bevlogen Rotterdamse aannemer van projecten zoals de Kuip (1937), het Bouwcentrum (1949), de Euromast (1960 en 1970), de Erasmus Medische Faculteit (1970)). Piet moest na een jaar nieuw werk zoeken en keerde pas in 1961 bij van Eesteren terug, waarna hij bleef tot 1976. Toen startte hij zijn eigen bouwbedrijf P.C. Barendregt BV waar hij enkele jaren geleden wegens zijn gezondheid mee is gestopt.

euromast-6-1960-madurodam-NL-HaNA_2.24.01
Op 27 mei 1960 werd een model van de Euromast door de Katholieke Studentenvereniging Sanctus Laurentius aangeboden aan Madurodam. Herbert Behrens (Anefo)/Nationaal Archief 2.24.01.03_0_911-2843

De gevleugelde uitspraak over Van Eesteren was toentertijd:  ‘Groen wit groen. Hard werken, weinig poen.’

Loon voor 100 man onder de snelbinders

“Als leerling timmerman verdiende ik niet veel hoor. De gevleugelde uitspraak bij Van Eesteren was ‘Groen wit groen, hard werken, weinig poen.’” Piet lacht: “Het waren andere tijden. Ik moest in die tijd omdat ik niet veel kostte, de weeklonen naar de werken (red. bouwprojecten)brengen. Op de fiets. Had ik in een grote envelop de lonen voor 100 man personeel onder mijn snelbinders zitten. Dat kun je je nu niet meer voorstellen toch?!” Serieuzer vervolgt hij zijn verhaal: “Vaste contracten waren er bijna niet. Je werd aangenomen voor één werk en voor het einde zorgde je dat je ergens anders een nieuw werk had. Vaak was dat bij een andere baas.” Wil beaamt dit: “Je moest maar zien dat je aan je centen kwam. Kieskeurig kon je niet zijn. Zo woonden we eerst op de achterzolderkamer bij mijn moeder op Zuid. Op de voorzolder woonde de buurjongen. De woningnood was hoog in 1960.”

Ik moest in die tijd omdat ik niet veel kostte, de weeklonen naar de werken brengen. Op de fiets. Had ik in een grote envelop de lonen voor 100 man personeel onder mijn snelbinders zitten.

Nat en droog schuren met de oude Jaap

Het lange studeren wierp zijn vruchten af want Piet werd op zijn 23euitvoerder bij Van Eesteren. En een jaar later zelfs hoofduitvoerder. Hij kon ‘nat en droog schuren’ met de oude Jaap van Eesteren. “Werd ik ’s avonds gebeld: “Joh Piet, de reclameverlichting doet het niet.” Dan kon je je nest weer uit.” Maar bij de geboorte van hun tweede kind in 1962, kregen ze een spaarbankboekje met vijftig gulden erop. Ook Wil werd gerust ingeschakeld. Ze herinnert zich nog dat ze een auto van het bedrijf moest ophalen bij een garage in Antwerpen. “Houd hem voorlopig maar.” zei Van Eesteren toen. Ze hebben een half jaar in zijn auto gereden. Een behoorlijke bof, want hun eigen auto was stuk. Als er weer mensen ‘uitgegeten’ werden, zoals dat heette wanneer je met pensioen ging, moest Piet weer mee uit eten. En Wil ging altijd mee. Ze hadden soms wel drie keer per week een etentje. Bij restaurant Statenhof op het Bentinckplein of restaurant ‘t Brouwershuis op de Nieuwe Binnenweg met van die smyrna-kleedjes. Het waren mooie tijden bij Van Eesteren.

euromast-1

Bekistingsspecialist

Piet zijn specialiteit was bekistingen. Hoofduitvoerder Ostermeijer, die geen goede vakman was maar wel mensenkennis had, zei tegen Piet: “Jij komt toch uit de afbouw? Ga maar nadenken! Waar erger jij je aan bij de bouw? Los het op!” Dagen heeft Piet modelletjes voor bekistingcassettes gemaakt, zodat je gemakkelijker tijdens de bouw over de verdiepingen kon lopen en toch bij de bekisting kon komen. Zijn plannen werden zelfs gestimuleerd vanuit de gemeentelijke afdeling Volkshuisvesting. Trots vertelt Piet dat zijn methode overgenomen werd en dat mensen van andere bedrijven kwamen kijken. Hij werkte op dat moment aan de bouw van de Medische Faculteit van het Erasmus. Deze toren zou 110 meter hoog worden, hoger dan de Euromast. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. “Als je toendertijd aankwam in Rotterdam, stak de Euromast overal bovenuit.” vertelt Wil. De directie van de Euromast besloot een optopping van 85 meter met een spacetower te maken. Maaskant tekende voor het ontwerp, Van Eesteren mocht het maken en Piet werd hoofduitvoerder van dit werk dat in 1970 opgeleverd werd. Hij staat op en komt terug met een metalen vierkanten doos. “Hier is een oude film van de bouw van de Euromast. Wilden ze weggooien. Toen heb ik hem maar bewaard.” Hij heeft de film helaas nooit gezien, het echtpaar bezit geen projector om de film te tonen.

Overdag werken en ’s avonds leren. Negen jaar ging ik naar school.

Abseilen van de Euromast

“Tja, het was eigenlijk niet zo’n lastig werk. Ik deed het erbij. Ik ging tussendoor even kijken of het goed ging. Er kwamen Zwitsers (red. firma Bühler AG)om de tweede toren op te tuigen. Bovenin moesten gaten geboord worden waar ze tuien aan vast maakten die tot beneden naar de bolsters aan de waterkant liepen. Maar wat bleken  de Zwitsers nou te doen? Die gingen niet met de lift of trap naar beneden, nee!” Piet gniffelt als ie aan het verhaal van zijn uitvoerder denkt, “Ze gingen gewoon via de staalkabels naar beneden. De handschoenen rookten van de hitte.”

Wil: “Je was drukker met je andere werk. Maar we kregen wel vrijkaartjes voor de Spacetower. Met onze drie dochters, de vierde was nog te jong, gingen we erheen. De meisjes zaten met hun knieën tegen de ramen van dat draaiding.” Pasgeleden namen zijn dochters, Piet voor zijn verjaardag mee naar de Euromast. “ Tja, het leek niet veranderd. Alles deed het nog precies als vroeger.” Hij haalt zijn schouders op. “Ik hou meer van bekistingen.”

Alle verhalen