Noodwinkels, -restaurant en bioscoop

Als kleine jongen liep Hans regelmatig met zijn vader langs de noodwinkels. ‘Wat gek dat er allemaal winkels midden in de straat staan.” dacht hij toen. En op een grote lege vlakte bij de Kruiskade stond een noodbioscoop met een noodrestaurant. De bioscoop heette Lutusca van Lumière, Tuschinski en Scala. De gemeente wilde maar één noodbioscoop bouwen, geen drie. “Het staat me nog 100% levendig bij. In Lutusca zag ik ‘De reis om de wereld in tachtig dagen’. Die film was toen net nieuw. En het noodrestaurantje heette ‘De Gastronoom’.  Hij lacht weer om de naam voor het houten keetje. Het leek hem onmogelijk dat je daar! gastronomisch kon eten.

Filmfanaat

Hans ging steeds vaker naar de bioscoop. Zijn ouders hadden een drogisterij aan de Franselaan. Vanaf daar mocht de tienjarige Hans zelf naar het Prinses Theater op de Schiedamseweg lopen. “Voor 60 cent zag ik dan De Dikke & De Dunne en Rooie Roggel.” Hij lacht “Zo noemden we Laurel & Hardy en Roy Rogers!” Hans maakt zijn lijstje af: “Doris Day in Calamity Jane, The Three Stooges en Abbott & Costello.”

In 1955 bezocht hij met zijn ouders ook de nieuwe Thaliabioscoop. Modern, no-nonsens, schoon en smaakvol vond hij het gebouw. Ouvreuses wezen jou je plek met zo’n klein zaklampje. Een vierkante lantaarn met een lensje ervoor en een 4,5V witte kalkbatterij. Daar zag hij de film ’20.000 mijlen onder zee’ van Disney met Kirk Douglas.

FOYER THALIA
Foyer van Theater Thalia met alle ouvreuses en operateurs

Studioheld bij E55 manifestatie

Zijn interesse in de filmtechniek groeide toen de 11-jarige Hans met zijn ouders de manifestatie E55 bezocht. Hij ontdekte de filmstudio waar elke dag een uitzending gemaakt werd. De dagen erna glipte de jonge Hans stiekem het terrein op en de studio in. Wim Ibo, producent van het beroemde radio-hoorspel Familie Doorsnee, stelde elke dag een vraag over deze show waarmee je een boek kon winnen. Hans sprak voor de uitzending meneer Ibo aan. “Meneer, ik weet echt alles over de familie Doorsnee. Kunt u mij straks kiezen?” Wim Ibo antwoordde: “Jongen, als je tijdens de opname op die plek gaat zitten dan stel ik aan jou de vragen.” En zo geschiedde. Hans wist alles en kreeg natuurlijk het boek. Het mooiste was misschien wel zijn verbaasde vader, die plotsklaps zijn zoon op televisie zag.

Nieuwsgierig naar de filmcabine

In de Cineac waar je zigzaggend de trap opging, vroeg Hans of hij boven mocht kijken hoe de filmprojectie werkte. Helaas. Hij knikt: “Wel logisch, want ze draaiden daar nog nitraatfilms. Nitraat is heel licht ontvlambaar, sterker nog, als het brandt produceert het zijn eigen zuurstof. Blussen met water heeft dus geen zin. Levensgevaarlijk.”

De filmtechniek liet hem niet los. “De film ‘De wereld van Suzie Wong’ met William Holden die ik in het Thalia Theater zag, was de druppel. Ik trok de stoute schoenen aan en vroeg of ik als volontair leerling operateur mocht komen werken.” Dat mocht.

 

In Cineac draaiden ze nog nitraatfilms. Nitraat is heel licht ontvlambaar, sterker nog, als het brandt produceert het zijn eigen zuurstof. Blussen met water heeft dus geen zin. Levensgevaarlijk!

Etaleur en operateur

Daarop volgden fijne, maar ook drukke jaren. Overdag werkte Hans als etaleur bij Siebel Juweliers op het Stadhuisplein, dan ging hij thuis eten en op de brommer terug naar Thalia. Leren draaien. Alles heeft hij geleerd van chef operateur Anton de Jager. Hij weet nog goed dat hij de eerste keer de cabine  betrad. “Wat overweldigend!” Hij legt uit hoe groot de projectieruimte was. “Er stonden vier enorme projectoren want een hoofdfilm kon niet op één spoel. Je had zes spoelen nodig. Dus schakelde je tussendoor over van de ene projector naar de andere. Drie projectoren waren er voor de film. De vierde was een diaprojector, die liet plaatjes in pauze zien van winkels en dansscholen.”

THALIA THEATER OPERATEUR VAN DER VLIST
Leerling Hans in de filmcabine

Showmanship

Hans vertelt gepassioneerd over de verschillende merken van de projectoren voor de verschillende filmbreedtes. “Philips had een speciale projector, de DP70, die kon je in twee minuten ombouwen van een 35mm naar een 70 mm projector. Een joekel van een apparaat, maar heel beroemd.” Hij pakt er wat foto’s bij. ‘Kijk, hier draaien ze een 35 mm film.” Hans ziet het gelijk aan de lampenhuizen die achter de projector staan. Voor een 70mm heb je meer licht nodig. Toendertijd werden booglampen met koolspitsen gebruikt. Als de koolspits op raakte, moest je die op tijd  vervangen. Eerst de spanning eraf en altijd zorgen dat je een druppelbakje voor het koper eronder had. Ook zorgde je als operateur dat de toeschouwer nooit een kaal filmscherm zag, het zogeheten ‘showmanship’. Hans gebaart: “Eerst dim je het zaallicht, dan projecteer je de film op het voordoek en dan pas doe je het voordoek open.” Hij zucht: “Dat is nu niet meer. Je hoeft niet eens meer een film in te leggen.”

Je zorgde als operateur dat de toeschouwer nooit een kaal filmscherm zag, het zogeheten ‘showmanship’

Meters film om een bobbie draaien

Dat de vooruitgang ook zijn voordelen heeft blijkt als Hans vertelt over zijn blunder. Elke film werd na afloop van de spoelen (zes tot 13 stuks) afgehaald en om een losse kern (een bobbie) gedraaid. Dit was handwerk. Al die opgedraaide stukken film gingen in dozen en moesten daarna naar de trein gebracht worden. Hans had snel gewerkt om te zorgen dat de trein gehaald zou worden toen hij op de trap de dozen uit zijn handen liet vallen. Zeshonderd meter film rolde voor zijn ogen van de trap!

Plakken aktes Van der Vlist
Hans plakt filmaktes aan elkaar

Operateurs onder elkaar

De meeste operateurs in Rotterdam kenden elkaar wel. Ging je bij elkaar op bezoek. Er is daarom geen bioscoop die Hans niet kent. Zelf bezocht hij vaak op zaterdagavond Pim Polak, van Corso aan de overkant van Thalia. “Je kon gewoon buitenom naar boven, naar de cabine. Handig hè? Tot de Corso in 1970 in brand vloog. Iemand was vergeten een sigaret uit te doen in de zaal. Alles was zwart. Zelfs de cabine. Zonde hoor, was een prachtige bios.” Toch was het Thalia Theater zijn favoriet. Daar werd het beste gedraaid, hadden ze het beste ‘showmanship’. Hans draait nog steeds, thuis en in het Wenneker Theater Schiedam. Helaas hebben ze daar geen dubbel doek meer, hij vermoedt nergens meer. Weg ‘showmanship’.

Hans bij zijn 16mm projector
Hans bij zijn 16mm projector in 2018

Alle verhalen