Jan van Dienst heeft een deel van zijn jeugd doorgebracht in een bovenwoning boven een kaaswinkel aan de Hoogstraat. Hij woonde daar met zijn vader, moeder en twee zussen. In de winkelruimte is nu een lunchroom gevestigd. De witte glanzende tegeltjes herinneren nog aan de schone en opgeruimde kaaswinkel. De vader van Jan was controleur van een dertigtal kaaswinkels in Rotterdam en omgeving. In de winkel werd kaas, boter en eieren verkocht en aanverwante artikelen.

JvD-in-de-Hoogstraat-als-kind
JvD-voor-winkels-in-de-Hoogstraat

Moderne woning

Het appartement was een dienstwoning, die bij de winkel hoorde. De ouders van Jan waren heel trots op hun moderne woning en de familie was jaloers; niet iedereen had een flat aan de Hoogstraat, en met een douche nog wel. Achteraf gezien, was de woning misschien aan de krappe kant voor vijf personen. Vanuit het raam van de woning keek Jan helemaal door naar de Blaak, de stad was toen nog behoorlijk leeg. Her en der stak een lap kale bouwgrond af tegen de moderne wederopbouwbebouwing.

De ouders van Jan waren heel trots op hun moderne woning en de familie was jaloers; niet iedereen had een flat aan de Hoogstraat, en met een douche nog wel.

Spelen aan het Achterklooster

Achter de woning, aan het Achterklooster, werd altijd druk gespeeld. Het was een speelterrein met een rolschaatsbaan, dat vaak gebruikt werd als voetbalveld. Voor het Savoy Hotel lag ook een landje en bij het Haringvliet ook. Maar daar mocht Jan eigenlijk niet komen. Er werkten veel jongeren in de buurt en als de werkers uit het Industriegebouw een potje voetbalden tegen de monteurs van de Citroën garage in het Emporium gebouw op de rolschaatsbaan aan het Achterklooster, keek Jan toe.

Achter de woning, aan het Achterklooster, werd altijd druk gespeeld. Het was een speelterrein met een rolschaatsbaan, dat vaak gebruikt werd als voetbalveld.

knipsel-Jan-van-Dienst
Knipsel-Jan-van-Dienst2

Gespecialiseerde winkels

Het Industriegebouw, dat maakte op Jan – toen nog een jonge jongen – een intimiderende indruk. Als buurtbewoner had je in dat grote gebouw niets te zoeken, er waren groothandels in gevestigd. Van een medewerker van Hooimeijer kreeg hij soms speldjes. De boodschappen werden gedaan aan de Hoogstraat, de Pannekoekstraat en de Meent. In de directe omgeving waren veel gespecialiseerde winkels te vinden, zoals meubelwinkels aan de Mariniersweg, een rotanzaak aan de Hoogstraat, de Gruyter aan de Goudsesingel en verschillende autoshowrooms en garages.

Het Industriegebouw maakte op Jan een intimiderende indruk.

Muisstil

Buiten het werken en voetballen, gebeurde er weinig in de buurt. Vooral op zondag was het muisstil. Er waren geen cafés en restaurants, daar had de functiescheiding in de binnenstad voor gezorgd. Het was een rustige tijd. Een fijne en overzichtelijke tijd, in een straat waar nog wat stukjes aan ontbraken.

Vooral op zondag was het muisstil.

Alle verhalen