“Bingo!” Een huis in de binnenstad en nog wel zo mooi boven de Meent gelegen, daar had mevrouw Pols nooit van durven dromen. Toch woont ze hier al sinds eind jaren tachtig. Ze at toen vaak bij een restaurant in de straat en de eigenaar woonde hier. Via via kon ze het huis bemachtigen. Het was in een verschrikkelijke staat, echt een bende. Ze heeft toen hard gewerkt om er het fijne huis van te maken dat het nu is; een stadspaleis.

Ze heeft toen hard gewerkt om er het fijne huis van te maken dat het nu is; een stadspaleis.

Hard werken

Het is ideaal hier. Mevrouw heeft haar hele leven het liefst in Rotterdam gewoond. Ze is er opgegroeid, maar woonde ook perioden in Haarlem en Den Haag voor haar werk. Ze is teruggegaan om meer tijd door te kunnen brengen met haar moeder. Al vanaf haar veertiende is mevrouw aan het werk. Ze heeft hard gewerkt aan haar carrière in de gezondheidszorg. Net zoals de stad zich weer moest herstellen na de brand, heeft mevrouw ook hard gewerkt om haar leven op te bouwen. Ze weet nog goed dat ze in 1945 tien jaar oud werd. Op haar verjaardag ruilde haar familie aardappelen voor wat melkpoeder. Na de oorlog was ze daarom blij met kleine verbeteringen. “We waren hartstikke blij dat we witbrood kregen.” Na de oorlog ging de blik op vooruit, je moest wel. Met de wederopbouw ging alles wel vooruit, maar het was ook een moeilijke tijd. “Rotterdam was goed gepakt hoor.”

“Rotterdam was goed gepakt hoor.”

Prettige stad

Eigenlijk had mevrouw het liefste in een ouder huis gewoond. Maar ze is best heel tevreden met de architectuur van haar omgeving. En de binnenstad gaat vooruit, alles is verzorgder. Er zijn ook veel winkels bijgekomen en het is steeds drukker geworden. Ze gaat regelmatig naar de bioscoop, of naar het concertgebouw. Het is nu echt een prettige stad om doorheen te bewegen.

Alle verhalen