Ze wonen hoog boven de stad, op de achtste etage van een woningcomplex in het Hoogkwartier. Het uitzicht is indrukwekkend. Links ligt het Industriegebouw aan de Goudsesingel, waar klusjesmannen in- en uitlopen, en rechts de Hoogstraat, geflankeerd door lage etagewoningen. Het is een landschap van platte daken. Een mollig zwart konijn roetst over het veldje van het Achterklooster, een doorn in het oog van Cees van Vuuren. De beesten eten de plantenbakken leeg die voor het gebouw staan, terwijl buurtbewoners juist hun best doen om de planten goed te verzorgen.

Kentekens verzamelen in Zuid

Oorspronkelijk komt het echtpaar uit Zuid: de ‘boerenkant’. Cees vertelt dat de boeren uit de omgeving – onder andere uit Rijsoord, Heinenoord en Barendrecht – naar de stad trokken voor werk. Wonen deden deze arbeiders in Zuid, net als de familie van Cees, die werk vonden bij ‘het spoor’. Zuid was een fijne plek om op te groeien en te wonen. Het was er rustig en toch was er voor kinderen altijd genoeg te doen. Auto’s waren toen nog een zeldzaamheid, dus iedereen speelde op straat. “Als er een auto langskwam, dan schreef je het nummerbord op, zo bijzonder als dat was. Je verzamelde de kentekens.”

volkstuin

Klein maar fijn

Via de woningstichting waar de ouders van Rien bij aangesloten waren, kregen Cees en Rien na hun trouwen een klein huisje in Zuid. Het was klein, maar “het had alles”. Er was een klein tuintje, een keukentje en in wat eerst een bedstee was, was een eethoekje neergezet. Als ze naar bed wilden gaan, werd alles aan de kant geschoven, om ruimte te maken voor het opklapbed. Het was niet groot, maar het was wel heel leuk. Toen er een kindje bijkwam in het huisje, werd het echter toch tijd om verder te zoeken, maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Gelukkig had Cees goede contacten. Via zijn werk bij een fabriek waar hechtmaterialen geproduceerd werden, lukte het toch om een ander huisje te vinden.

Mooie rommel

Hun volgende woning was midden in de stad, aan de Meent. Het gebouw was omstreeks 1952 boven op ‘het puin’ gebouwd. Vanuit het appartement keken ze uit op het oude Binnenrotteviaduct, oftewel het Luchtspoor. Het viaduct lag amper 10 meter van het slaapkamerraam vandaan. Toch hadden Cees en Rien daar geen last van, omdat het geluid constant was. Dan wen je eraan. Het centrum veranderde in een rap tempo om hen heen. “De verandering van de stad, het centrum, alles is een grote plus. Het bruist.” Toen ze de woning betrokken kon je nog ver kijken, hier en daar waren stukken stad nog open. Maar toen kwam de bouw van het Potlood, de bibliotheek, station Blaak en natuurlijk het aanleggen van de tunnel ter vervanging van het Luchtspoor. De stad was een bouwput. Dat was niet vervelend, eerder prachtig om mee te maken. “Het was een heel mooi stuk werk!”.

46 jaar woont het echtpaar inmiddels alweer in het centrum, naar volle tevredenheid. Vanaf de Meent verhuisden ze naar hun huidige woning. “We wilden hoog zitten” vertelt Cees. Aanvankelijk wilde hij eigenlijk niet vertrekken, maar dit gebouw heeft een lift. In het grote gebouw hebben ze een groot netwerk opgebouwd. Cees zet zich met verve in voor de huurdersvereniging. Vaak gaan Cees en Rien naar het wijkgebouw, dat onderin het pand gehuisvest is. Ze bezoeken koffieochtenden en andere activiteiten. Ze voelen zich heel erg verbonden met het gebouw en met de mensen. Beiden willen het onderste uit de kan halen voor mensen. Rien doet ook aan mantelzorg: “het is omzien naar elkaar.”

“Daar word je blij van als je mensen kan helpen. Wij hebben nog gezonde benen.” Een paar maanden per jaar knijpen Cees en Rien ertussenuit, “in de zomer zijn we uithuizig.” Dan ga ze naar hun tuintje in Blijdorp, met een zelfgebouwd huisje. Ze hebben een flinke klus aan het tuintje, vorig jaar hadden ze wel 40 potten met bloemen en planten staan. Er is fors vraag van jonge mensen naar de tuintjes merken ze. Die wonen in appartementen, maar willen ook graag genieten van het groen. Cees en Rien vinden het heerlijk om een paar maanden door te brengen in hun stadsoase. Na alles wat ze doen voor de buurt, hebben ze die rust hard nodig.

Alle verhalen