Mensen-mens

In banketbakkerij Van der Heyden aan de Mariniersweg wordt hard gewerkt. De marsepeinen taarten staan klaar voor de ‘finishing touch’ en andere gebakjes krijgen een heerlijk uitziende vulling. Het water loopt je in de mond. Dit opgemerkt hebbende biedt Patricia de Heer, samen met haar man Anton eigenaar van de bakkerij, een taartje bij de koffie aan. Terwijl Anton verder gaat met de taarten, neemt zij het woord. “Een mensen-mens, dat ben ik. En dat moet je ook wel zijn.” zegt ze, “De bakkerij heeft een buurtfunctie voor het Hoogkwartier en dus maak je tijd voor een praatje. Je kent de mensen.”

Tringelende tram

Patricia kent niet alleen de mensen, maar ook de buurt heel goed. Ze groeide in de jaren zeventig en tachtig op in de Sint-Janstraat, een zijstraat van de Hoogstraat. Vanuit huis kon je de tram horen tringelen op het Oostplein. Met haar ouders en broer woonde ze op de eerste verdieping. Haar opa en oma woonden op de derde, heel gezellig. Het was fijn wonen in deze buurt. Ze glimlacht: “Toen mijn opa en oma jaren later verhuisden heb ik het huis zelf gekocht. Ons dochtertje is er geboren.”

Busje trappen in de Hoogstraat

Ze speelde veel buiten bij het houten fort op het Achterklooster. “Ik herinner me dat er prikkeldraad stond om de honden tegen te houden. Daar is mijn broer toen nog ingevallen.” Patricia vervolgt: “Busje trappen met mijn buurjongen ging het beste op zondag, dan stonden er minder auto’s. Want overdag was het al best druk hoor.” Met haar vader, die bij de RET als chauffeur werkte, mocht ze mee op de tram. Ze herinnert zich de mooie centenbakjes die in de tram zaten. “Mijn vader nam deze elke dag mee naar huis. Ik speelde daar graag mee. Mijn vader heeft het bakje bewaard en nu speelt mijn dochter ermee. Leuk he?”

Bakkerij als dating spot?

Als kind deed ze samen met haar moeder boodschappen in de buurt. Lekkere salades en nootjes halen bij Huib van de Krans Delicatessen. Een plakje worst bij de slager. Of een taartje halen bij vd Meer & Schoep. Want daar had haar moeder nog gewerkt. “Ze heeft er mijn vader ontmoet. Hij kwam altijd in de winkel en heeft haar toen mee uitgevraagd.” Patricia lacht, “Mijn moeder en bakkerijen!” Ze dankt haar eigen man ook aan die combinatie. “Mijn moeder sprak een oude vriendin die in de bakkerij Van der Heyden werkte. Ze vroeg of mijn moeder mijn telefoonnummer had voor haar baas. Ik dacht dat ze de moeder van Anton bedoelde met ‘baas’. Misschien wilde de bakkersvrouw dat ik daar zou komen werken? Bleek het een vraag van Anton te zijn, hij had mij gezien op de sportschool hier op het dak en zag mij wel zitten, haha!”

Verrassende ruimtes

Anton werkte toen al in de bakkerij aan Mariniersweg. De toenmalige andere vestiging van bakkerij Van der Heyden, in de Aert van Nesstraat, had geen productieruimte. Anton, die net komt vragen of alles goed gaat: “Dat is het verrassende aan deze kleine winkel, erachter zit een grote ruimte waar al het brood en banket gemaakt kan worden. We zitten hier perfect.” Patricia knikt “Net als het hofje achter de bakkerij. Mensen zijn altijd verbaasd als ik zeg dat er een parkeerterrein achter de winkel is. Zelfs op zaterdag is hier plek!” Wat dat betreft vinden ze het fijn te merken dat er veel aandacht voor het wederopbouwgebied is. “Er is een aantal jaar minder te doen geweest in de wijk, maar er komt steeds meer leven in de brouwerij. Er is meer reuring. Straten worden opgeknapt, dat is goed om te zien.” Ze glimlacht om serieus te vervolgen, “wat ons betreft is nu de Mariniersweg aan de beurt.”

Verborgen geheimen

Want dat lang niet iedereen de Mariniersweg bewandelt merkten zij laatst ook. “We hadden zojuist de prijs voor de beste speculaasbrokken van Zuid-Holland gewonnen, toen er een klant speciaal voor de brokken in de winkel kwam. Of we hier al lang zaten? Toen ik vertelde dat we er al ruim twintig jaar zaten, zakte zijn mond open. Hij woonde vlakbij in de Jonker Fransstraat.” Ze gniffelt. Aan de andere kant ondervonden zij hetzelfde gevoel bij de Erasmustour door Rotterdam tijdens de bruiloft van Patricia’s broer. Ze zagen voor het eerst de spreuk van Erasmus: ‘Heel de aarde is je vaderland’ op de gevel van de bibliotheek staan. Dat gebouw ligt toch niet heel ver van hun eigen bakkerij af? Patricia geeft toe: “Mensen kijken niet zo snel opzij. Ze kijken rechtdoor, doelgericht. Dat herken ik wel. Dus meer aandacht voor je omgeving is goed. We hebben namelijk een mooie stad.”

Tijd voor een praatje

Gelukkig voor het echtpaar weten genoeg mensen de weg naar de bakkerij wel te vinden. Anton: “Het lijkt hier wel de ‘wandelende havenloods’.” Hij lacht: “Al weet ik niet alle namen hoor. Maar dan hebben we het bijvoorbeeld over de vrouw met hondje en dan weten we wie we bedoelen.” Zijn vrouw vult aan: “En dezelfde mensen die ik vroeger met mijn moeder tegenkwam, komen nu hier in de winkel.” Ze kennen de mensen, ze weten hoe het met ze gaat. Patricia besluit: “Wat mijn moeder vroeger met mij deed, gezellig bij kleine winkels boodschappen doen, tijd voor een praatje, geef ik nu aan mijn dochter door.” En daar gaat het om.

Alle verhalen