Ontstaan De Heuvel

“We gaan boven zitten, dan heb je een mooi uitzicht over de stad, al zit het weer niet echt mee.” Aan Irene Smit zal het niet liggen, haar stralende lach en haar enthousiasme doen je al gauw het slechte weer vergeten. Ze is de voorzitter van Stichting Gebouw De Heuvel en vertelt met veel passie over het wederopbouwmonument. “Wist je dat het Gebouw De Heuvel voor de Centrale Hervormde Jeugdraad eerst in het park bij de Euromast was gevestigd, in het huidige Heerenhuys? Dat toen nog geen Heerenhuys heette maar Jeugdcentrum de Heuvel. Genoemd naar het voormalige landgoed “De Heuvel”.”

irenesmit-deheuvel-1

Plek voor jongeren

Ze vertelt dat het pand in 1955 door de gemeente onteigend werd en de jongerenorganisatie een nieuw onderkomen moest zoeken. Geen sinecure in de wederopbouwtijd, waar de woningnood hoog was. Het lukte jeugdpredikant Schoch samen met de jeugd veel geld in te zamelen en ervoor te zorgen dat er een nieuw gebouw kwam. “Schoch,” vertelt ze, “heeft veel betekend voor het karakter van De Heuvel. Hij had gemerkt dat de verwoestende oorlog de zuilen doorbroken had. Deze ontzuiling wilde Schoch doorzetten. Daarom werd De Heuvel een plek voor jongelui om kennis te delen. Een plek voor ontmoetingen en gesprekken tussen diverse groeperingen. Hij was heel actief op dat gebied”

“Schoch,” vertelt ze, “heeft veel betekend voor het karakter van De Heuvel. Hij had gemerkt dat de verwoestende oorlog de zuilen doorbroken had.”

Herfsttoernooien

Ze denkt aan de herfsttoernooien die predikant Schoch in De Heuvel organiseerde en waar ze zelf als middelbare scholier aan deelnam. “Je kon je voor van alles inschrijven; sport, schaken, tekenen, bridge, muziek en declamatiewedstrijden. Ik zat op het Caland Lyceum, tegenwoordig het Wolfert en heb meegedaan aan muziek- en declamatiewedstrijden. Ik denk dat ik de Sonate van Händel nog kan spelen op de blokfluit!” Ze lacht. Haar mooiste herinnering is aan de prijs die ze won met declameren. “In de jury zat mevrouw Van Walsum, de vrouw van de burgemeester. Een buitengewoon charmante en goed geklede dame. En ze publiceerde haar eigen gedichten en dagboeken. Met haar man, de burgemeester die de wederopbouw leidde en ook het gebouw De Heuvel opende, waren zij een voorbeeld voor mij en mijn ouders.” Het is niet moeilijk om de opgetogen tiener die Irene toen was, voor je te zien. “Je moest twee gedichten voorlezen. Ik las twee gedichten voor van Ed van Hoornik, een typisch na-oorlogse dichter. “Hebben en zijn” was uit de verplichte categorie.” Ze heeft het gedicht bij zich.

Je moest twee gedichten voorlezen. Ik las twee gedichten voor van Ed van Hoornik, een typisch na-oorlogse dichter.

Hebben en zijn

Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

Het is even stil. Het gedicht komt 45 jaar na dato nog steeds binnen, met dank aan de declameerkunsten van Irene Smit. Ze vervolgt dat ze  opgewonden was toen ze van mevrouw Van Walsum hoorde dat ze had gewonnen en de prijs opgehaald kon worden bij de bode in het Stadhuis. “Dat was me wat. Naar het stadhuis om je prijs op te halen.” Ze toont het boek, zichtbaar stukgelezen, dat ze won: Stroomgebied, een bloemlezing uit de poëzie van de na-oorlogse dichtergeneratie.

 “Dat was me wat. Naar het stadhuis om je prijs op te halen.”

Een enkeling kan veel teweeg brengen

“Deze gedichten hebben een duidelijke grondslag in het christelijke gedachtengoed. In die zin was de organisatie ook heel normerend. Iets wat wij minder trachten te zijn.” Als één van de bestuursleden van het erfgoed bewaakt ze dat het gebouw in essentie gebruikt wordt zoals Louis Schoch het destijds had bedacht. Met de nadruk op het overbruggen van tegenstellingen. In deze tijden minstens zo hard nodig als vlak na de oorlog. De vraag is of dat gaat lukken, maar ze is positief gestemd. “Ik vind het een hoopvol fenomeen dat een enkeling vanuit een specifieke betrokkenheid zoveel teweeg kan brengen. Net als predikant Schoch destijds en bijvoorbeeld Hans van Putten met zijn Thomashuizen nu.”

“Ik vind het een hoopvol fenomeen dat een enkeling vanuit een specifieke betrokkenheid zoveel teweeg kan brengen.”

Opvoeden opdat behoefte aan conflict verdwijnt

Alsof de Syrische vluchtelingen haar wens horen, lopen zij het inmiddels zonnige dakterras op voor een kleine pauze tijdens hun Nederlandse taalles die ze in De Heuvel krijgen. Nieuwsgierig kijken ze naar binnen en lachen. Irene lacht terug. “Deze mensen zijn zo gemotiveerd. Zij willen leren. Ze willen in gesprek raken. En dat is iets wat De Heuvel nog meer kan faciliteren. Een café waar het gesprek met andersdenkenden gestimuleerd wordt. Luisteren zonder oordeel of je bewust worden van je oordeel.” Gegadigden genoeg voor een café in De Heuvel. Maar niet zomaar iedereen mag hier beginnen. Ze kijkt streng. Irene haar taak is zorgvuldig te zijn met huurders. Affiniteit met het bruggenslaan is van belang. “Mijn grootste uitdaging is eigenlijk: Hoe voed je mensen op zodat ze geen behoefte hebben aan een conflict?” Deze uitdaging is ze aangegaan. In het gedachtenerfgoed van De Heuvel.

Gegadigden genoeg voor een café in De Heuvel.

Alle verhalen