Platform Wederopbouw Rotterdam bezocht de boekpresentatie: ‘Jaap Bakema and the Open Society’ in Het Nieuwe Instituut afgelopen zondag. Tijdens het gesprek voorafgaand aan het moment-suprème van de boekoverhandiging aan dochter Brita Bakema ging het onder andere over de term ‘totale samenleving’ die Bakema gebruikte. Deze term kun je als een voorloper van de term ‘inclusieve samenleving’ zien, die tegenwoordig erg in de mode is. Bakema sprak over een totale ruimte waarbinnen alles met elkaar samenhangt, van stoel tot stad. Hij vond dat het individu de ruimte moest krijgen om zijn eigen leven vorm te geven, maar dat individu en samenleving wel een wederzijdse verantwoordelijkheid hebben. Met als beoogd resultaat een samenleving waarin inkomensongelijkheid zou verminderen en participatie zou toenemen waarbij architectuur als middel kan dienen.

Dat de term inclusieve samenleving momenteel veelvuldig gebruikt wordt, geeft aan dat er nog steeds gestreefd wordt naar de, tot noch toe, onbereikte idealen van de open, totale samenleving.

In het bevlogen gesprek waar tevens de toekomst van gebouwen uit de Rotterdamse wederopbouw de revue passeerden, noemde architect Herman Hertzberger de optopping van Ter Meulen een verkrachting, hetgeen een omarming van het bestaande pand had moeten zijn. Hoe gaan we in deze tijd om met de gebouwen en idealen ontstaan vanuit de visie van Bakema? Het antwoord bleef uit; de tijd zal het leren.

We besluiten dit artikel ‘inclusief’, met een link naar een opiniestuk van Thomas Wensing uit 2014, waar hij een retrospectie op de idealen van Bakema pleegt, maar tevens een aanzet geeft hoe we toch in een open samenleving kunnen blijven geloven.