Werkinrichting voor blinden (blindeninstituut)

Blinden bliezen vanmorgen feestmarsen op de nieuwe, nog zo kale Kipstraat. De meesten van hen wisten niet, hoe het er daar tussen Groenendaal en Hoogstraat uitziet. Maar ze waren er niet minder blij om. Ze hoorden de heimachine sissen, hoorden, hoe het blok voor de eerste maal op de betonnen paal plofte. En die paal werd daar voor hen geslagen, wisten ze. Hier immers komt de nieuwe werkinrichting.

Het Vrije Volk 05-03-1951

Gebouw voor 160 mannen en 35 vrouwen

De vereniging „Werkinrichting voor hulpbehoevende blinden” werd in 1851 opgericht. Vanaf 1892 was zij in een eigen gebouw aan de Van der Duynstraat gevestigd. Aanvankelijk maakten de blinden slechts bosjes kachelhout, later werden stoelen gemat en borstels, matten en manden vervaardigd. Bij het bombardement werd de inrichting verwoest; men kon tijdelijk op halve kracht verder werken in J.A.C. van Rossems Tabaksfabrieken. In 1951 werd de eerste paal geslagen voor een nieuw gebouw, dat op 19 maart 1953 officieel werd geopend. Korte tijd later bezocht Koningin Juliana het nieuwe gebouw.

Het gebouw was bestemd voor ongeveer 160 mannen en 35 vrouwen. De werkzalen waren gescheiden door muurtjes van een meter hoogte.

Het gebouw was bestemd voor ongeveer 160 mannen en 35 vrouwen. De hoge voorbouw bevat een begane grond met drie verdiepingen. Beneden zijn onder andere een hal en een winkel met drie etalages. Op de tweede verdieping bevinden zich de vrouwenzaal, een aantal kantoortjes en de woning van de conciërge. De derde verdieping wordt verhuurd. Een langgerekt eenlaags middendeel bevatte drie even grote werkzalen voor mannen voor borstelwerk, mandenvlechten en matten weven. De werkzalen waren gescheiden door muurtjes van een meter hoogte. In een achterbouw waren op de begane grond een garderobe, een garage, een wasruimte en een badinrichting met douches en badkamer, ruimten voor expeditie, magazijnen in de kelder en op de verdieping een twintigtal hokken voor geleidehonden. Het middengedeelte, waar de werkzalen zijn gelegen, heeft een dak van glazen bouwstenen, dat geheel vrij hangt.

onbekend-blindeninstituut-tekening
Perspectiefschets van het gebouw.Architectenbureau Vermeer & Van Herwaarden
onbekend-blindeninstituut
Een legpuzzel van de Rotterdamse Blinden-Inrichting uit begin jaren vijftig.www.notarishuis.com

Degelijk

Het gebouw is een ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau Vermeer & Van Herwaarden. Willem Vermeer (1908-1993) en Isaac van Herwaarden (1903-1985) waren vooral in de Wederopbouw actief. Het was een degelijk bureau, dat zich langzaam van het traditionalisme afwendde en een zakelijker koers ging varen. Het Blindeninstituut oogt uiterst traditioneel door de combinatie van rode handvorm baksteen, Noors graniet en schokbetonnen kozijnen en beeldhouwwerk. De Rotterdamse beeldhouwer Han Rehm (1908-1970) maakte twaalf gevelstenen met symbolische betekenis. De bovenste stellen de mens, de wijsheid, de kracht, de schoonheid, het licht en de duisternis voor. De onderste zijn figuren die blinden op straat behulpzaam zijn: een padvinder, een geleidehond, een straatjongen, een intellectueel en een verpleegster. Boven de entree zijn drie vrouwenfiguren aangebracht.

Het Blindeninstituut oogt uiterst traditioneel door de combinatie van rode handvorm baksteen, Noors graniet en schokbetonnen kozijnen en beeldhouwwerk.

Een modern, fris gebouw, aangepast aan de nieuwe denkbeelden, die men tegenwoordig over het probleem der blinden in onze maatschappij heeft.

Het Vrije Volk 19-03-1953

Gedicht bij de opening

Dit gedicht van W. de Graaf werd ter gelegenheid van de opening van de werkinrichting door de blinden gezongen.

In de oude van der Duynstraat van ons goede Rotterdam
Stond een huis de ,,Werkinrichting”, waar de blinde werken kwam.
Werken geeft ook aan het leven van de blinde kleur en zin
Niets doen maakt hun lot niet lichter, nimmer geeft hun dat gewin.
Toen de Duitse vliegers kwamen, bommen wierpen op ons land
Is ook onze werkinrichting tot de grond toe afgebrand.
Nu geen huis meer maar een puinhoop, maanden liep men doelloos rond
Tot het bestuur na ijverig zoeken, weer een nieuwe werkplaats vond.
In een deel van de fabrieken door van Rossem afgestaan
Konden wij ,,wie zou het niet loven” eindeljjk aan het werk weer gaan.
Maar de nieuwe zalen bleken voor het doel wel wat te klein,
Ja, we konden ons behelpen, ‘t zou immers maar voorlopig zijn.
Rotterdam, gij zult herrijzen, ook al kost het nog zo veel,
Maar de blinden hier ter stede, vragen daarvan ook hun deel.
Bouw voor ons een werkinrichting, naar de eisen van de tijd
Zo toont U, o stad, dan hoe gij U van Uw plichten kwijt.
Jaren kwamen, jaren gingen, maar de grote dag brak aan
Waarop men de eerste heipaal van ons nieuw gebouw zou slaan.
Velen waren saam gekomen, dit gebeuren wil men zien
Dreunend valt het zware heiblok, sissend ronkt de stoommachine.
Thans staat hier de Werkinrichting, met kantoor en sociëteit,
Winkel, werkplaats, magazijnen en ook badgelegenheid.
Allen die hier komen werken, weet U dankbaar ieder uur,
Dankt U God, die dit bewerkte en daarnaast ook Uw bestuur.

Anno nu

Eind jaren tachtig werd de Blindeninrichting gesloten. Het gebouw werd in 1991 in gebruik genomen door het Vendu Veilinghuis. Broekbakema, eerder bekend als Van den Broek en Bakema, verbouwde het gemeentelijk monument tot een veilinghal voor kunst-, curiosa- en huizenveilingen.

Volledige tijdlijn