Warenhuis De Bijenkorf

Het aantal bouwwerken, dat Rotterdam maakt tot een lusthof voor architect en stedebouwkundige, is weer groter geworden. Behalve het Groothandelsgebouw, de Lijnbaan, hoge woonflats, grote kantoren en indrukwekkende winkelpaleizen, bezit de Maasstad in de Bijenkorf een warenhuis van ongekende allure, een gedurfde schepping, een groots ontwerp, dat de modernste architectonische opvattingen belichaamt. De herbouw van Rotterdam vergt nog jaren. Er zullen nog lange tijd open plekken blijven, herinneringen aan de oorlog, die ook het Bijenkorf-concern trof in het warenhuis van Dudok. Maar de Rotterdammers zijn verheugd, dat een van de gaten aan de belangrijkste boulevard is gedicht. Op waarlijk gedurfde, moderne en artistieke wijze. Met een gebouw, dat in deze nieuwe stad een eigen „gezicht” heeft. Een gebouw om als stad trots op te zijn!

Het Vrije Volk 19-03-1957

Fourniturenwinkeltje

Tijdens het bombardement wordt tweederde deel van de Bijenkorf van Dudok verwoest; wel blijft het meest bijzondere deel, de monumentale entreepartij, gespaard. In 1930 werd -na Amsterdam en Den Haag- het derde filiaal van luxe warenhuis De Bijenkorf in Rotterdam geopend. De oorsprong van ‘Warenhuis de Bijenkorf’ ligt in een gelijknamig fourniturenwinkeltje, dat Philip Goudsmit uit Oud-Beijerland in 1870 aan de Amsterdamse Nieuwendijk opende. Het ‘modernste warenhuis van Europa’ was een sierlijk functioneel gebouw met grote glazen gevels en een imposante vide. Na het raadhuis van Hilversum is het vermoedelijk Dudoks meest karakteristieke ontwerp. Meteen na het bombardement tekent Dudok een voorstel om het gebouw uit te breiden in oostelijke richting, dus richting de Blaak. Er worden echter alleen technische aanpassingen aan het restant gedaan, zodat de verkoop weer door kan gaan. Op 22 januari 1941 heropent de Bijenkorf. Tijdens het laatste oorlogsjaar ontwerpt Dudok opnieuw een aanpassing voor zijn Bijenkorf: een vrijwel gesloten blok met alleen op de begane grond nog glaswanden voor de etalages. Naar aanleiding van een studiereis naar de Verenigde Staten in 1938 was de directie tot de conclusie gekomen dat warenhuizen gesloten gebouwen met kunstlicht moesten worden. De Bijenkorf, van origine een joods bedrijf, heeft het zwaar tijdens de oorlogsjaren. De directie is grotendeels gevlucht en vervangen door niet-joden, maar later nemen de Duitsers de leiding en stellen twee NSB-directeuren aan. Van de bijna duizend joodse personeelsleden van de Bijenkorf en de Hema overleven nauwelijks honderd de oorlog.

bijenkorf-3-min
Tekening van het warenhuis van Charles Kemper, gemaakt ter gelegenheid van de opening in 1957

Venster op de rivier

In de naoorlogse jaren wijzigen de plannen voor de Bijenkorf ingrijpend. De oude plek van de Bijenkorf aan het eind van de Coolsingel was weliswaar stedenbouwkundig spectaculair, maar het gebouw lag eigenlijk buiten het kernwinkelgebied. Een plek nabij het nieuwe winkelgebied De Lijnbaan was logischer. Belangrijker was het nieuwe wegenstelsel uit het Basisplan. Aanvankelijk liep de oostwestverbinding door het centrum via de Blaak en de smalle Oude en Nieuwe Binnenweg. Door de Blaak te verbinden met de Rochussenstraat kon een brede autoverbinding tot stand worden gebracht. Daarvoor moest echter wel een doorbraak gemaakt worden door de wijk Cool en het restant van de vooroorlogse Bijenkorf alsnog gesloopt. Ook wilde stadsbouwmeester Van Traa zicht op de Nieuwe Maas vanuit het centrum, het zogenaamde ‘venster op de rivier’.

Op een vergadering op 21 maart 1947 komt Van Traa met de locatie naast Atlanta. Op 30 januari 1948 bespreken Bijenkorf-directeur Van der Wal en huisarchitect Elzas het voorstel van de ASRO. “De verkoopruimte is als rechthoekig gedeelte, grenzend aan Coolsingel en Oldenbarneveldtstraat gedacht. Het inspringende gedeelte aan de Coolsingel is voor ons zeer ongunstig; het parterre (met de etalages) zou vlak kunnen zijn met de rooilijn van de Coolsingel, zonder het ASRO-plan te dwarsbomen. De étages zouden dan inspringend kunnen zijn als aangegeven op de ASRO-tekening.”

bijenkorf-5-min
Tekening van de Bijenkorf uit het Algemeen DagbladAlgemeen Dagblad

Le Corbusier

In 1951 wil de Bijenkorf de befaamde architect Le Corbusier als architect voor het nieuwe gebouw, maar deze heeft geen interesse. Dudok is al afgevallen. Vervolgens wordt J.J.P. Oud benaderd, maar deze weigert de opdracht. In september 1953 maakt de Bijenkorf dan eindelijk de architect voor het nieuwe gebouw bekend. Het is de niet zo bekende Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer (1902-1981). Deze was aan het Bauhaus opgeleid, maar in de jaren dertig uit Duitsland gevlucht. Een van de directeuren van de Bijenkorf werd tijdens een Amerikaanse zakenreis getroffen door het exterieur van het nieuwe warenhuis van Abraham en Strauss in Hempstead, Long Island. Een andere bron geeft aan dat kunstliefhebber Van der Wal advies had gekregen van Philip Johnson van het MOMA.

Eind jaren vijftig was Breuer de eerste internationale beroemdheid die enkele gebouwen in Nederland realiseerde. Breuer was vaak in Europa voor de realisatie van het hoofdkantoor van UNESCO in Parijs. Behalve de Bijenkorf bouwde hij in deze tijd ook het hoofdkantoor van Van Leers Vatenfabrieken in Amstelveen (1958) en de Amerikaanse Ambassade in Den Haag (1959). In 1963 ontwerpt hij nog een woning voor Van der Wal in Amsterdam, waarmee hij intensief samenwerkte voor het gebouw in Rotterdam. Het huis is niet gerealiseerd. Breuer werkte samen met Abraham Elzas (1907-1995), de vaste architect van het Bijenkorf-concern, die vele vestigingen van de Hema ontwierp, waaronder de oude Hema aan het Beursplein. Elzas had de dagelijkse leiding over de bouw. Voor het interieur was de Amerikaan Daniel Schwartzman (1908-1977) verantwoordelijk, gespecialiseerd in winkelinterieurs.

Raatvorm

Breuer heeft het concept voor het gebouw al in november 1953 klaar. Volgens de nieuwste inzichten in de warenhuisbouw wordt het geen glazen paleis, maar een gesloten rechthoekige doos met dichte wanden. Het gebouw is ongeveer 85 meter lang en 60 meter breed. Er wordt hoofdzakelijk met kunstlicht gewerkt. Er zijn smalle verticale spleetvensters, zodat de koper de producten toch bij daglicht kan bekijken. Grote ramen zijn er alleen bij het restaurant en de kantoren op de bovenste verdieping. De begane grond bestaat wel geheel uit etalages. Voor de buitenwand komt Breuer geïnspireerd op de benaming Bijenkorf uit op een honingraatvorm. De gevels zijn bekleed met travertin: voor- en achtergevel met de zeshoekige honingraatvorm en de zijgevel met rechthoeken. Critici wijzen erop dat de raatvorm verkeerd is gepositioneerd. De gevelplaten zijn gefrijnd, dat wil zeggen van een ribbelpatroon voorzien. Door dit patroon in afwisselende richting aan te brengen is de levendigheid van de gevel vergroot. Op de bovenste, vierde verdieping, zijn kantoren en de personeelskantine gesitueerd. Deze ruimtes krijgen daglicht vanuit drie patio’s. Aan de achterzijde is een kantoorgedeelte met een glazen curtainwall, die door de later gebouwde parkeergarage aan het zicht is onttrokken. Alleen in het hofje achter Atlanta is deze gevel nog te zien.

In het interieur is zoveel mogelijk vrij indeelbare ruimte gecreëerd. Betonnen kolommen op 12 meter afstand dragen de vloeren. Centraal in het gebouw zorgen roltrappen voor verticaal transport. Daarnaast zijn er trappenhuizen en liften in de zijgevels. Bij roltrappen en trappenhuis is veel teakhout toegepast.

bijenkorf 2 breuerarchief 5
Studie van de honingraatgevel, oktober 1953Marcel Breuer Papers, Special Collections Research Center, Syracuse University Libraries

Gabo

De keuze voor een rechthoekig gebouw leidt tot een conflict met de Rotterdamse stedenbouwkundigen, die voor de Coolsingel een dubbele rooilijn hebben bepaald. Breuer voelt er weinig voor zijn perfecte vorm aan te passen met een uitbouw. Uiteindelijk wordt als compromis het beeld van Gabo voor het gebouw geplaatst. Op 10 maart 1955 wordt de eerste paal voor het nieuwe gebouw geslagen. Kort daarvoor is het gebouw van de Rotterdamsche Bank, waarin het ASRO zetelde, gesloopt. Het bouwen duurt langer dan gepland vanwege de strenge winter van 1956 en een staking. Maar in het voorjaar van 1957 is het gebouw dan toch klaar. Kort daarop wordt het beeld van Gabo geplaatst. Na de verhuizing naar het nieuwe gebouw kan het restant van de oude Bijenkorf van Dudok in 1957 worden gesloopt. Op die plek ligt nu het Churchillplein.

bijenkorf-4-min
De achtergevel aan de Hennekijnstraat met het BijkoramaMarcel Breuer Papers, Special Collections Research Center, Syracuse University Libraries

Directiekeet

Voor de bouwactiviteiten was een opmerkelijke, uit drie zeshoekig raten opgebouwde, houten directiekeet gebouwd. Deze ‘paalwoning’ werd nadien verplaatst naar het Zuidplein en fungeerde daar als expositiepaviljoen. Aan de Lijnbaanzijde was een paviljoen gesitueerd, het Bijkorama, dat in 1994 is gesloopt. Een tussengedeelte met glazen gevel vormt aan de Coolsingel de overgang met het in de oorlog gespaard gebleven hotel Atlanta. Hier was eerst een bioscoop gevestigd en thans een restaurant. Erachter ligt de expeditieruimte. In 1974 werd er een parkeergarage aan de Aert van Nesstraat bijgebouwd. Dit eveneens door het bureau van Breuer ontworpen gebouw oogstte weinig waardering. Het werd aanvankelijk door Welstand afgekeurd, maar toen Breuer hoogstpersoonlijk zijn ontwerp kwam verdedigen en zijn bijna vijftigjarige architectuurervaring in de strijd wierp, werd het alsnog goedgekeurd. Breuer overleed voor de garage gereed was.

bijenkorf-2-min
Bij de opening van De Bijenkorf op 18 maart 1957 poseren de architecten met de directeur: Daniel Schwartzman, Gerrit van der Wal, Marcel Breuer en Abraham ElzasNationaal Archief
bijenkorf-1-marlies-min

Anno nu

Hoewel het interieur inmiddels vele wijzigingen en moderniseringen heeft ondergaan, is het gebouw in grote lijnen nog in originele staat. Wel is de travertin gevel nogal vervuild, wat deels de bedoeling was van de architecten. Behalve het spectaculaire beeld van Gabo was het gebouw ook voorzien van een beeld van Henry Moore in de zuidgevel van het strookraam van het restaurant. Het beeld is sinds enkele jaren zoek. In de gang naar het Bijkorama hing enige tijd een replica van een glasraam van Theo van Doesburg, maar dat is in de jaren zestig verdwenen. Op de plek van het Bijkorama staat sinds 2012 de woontoren de B-Tower van Wiel Arets Architects. Sinds 2010 is het gebouw Rijksmonument.

Architect: M. Breuer
Locatie: Coolsingel 105
Jaar: 1953-1957
Rijksmonument

Volledige tijdlijn