Stationspostkantoor

Volgende week wordt begonnen aan het graven van de bouwput waaruit het kolossale nieuwe Stationspostkantoor zal verrijzen. Dit bouwwerk komt nabij het oude DP-station. Het wordt 52 meter hoog. Dat is 18 meter hoger dan het Groothandelsgebouw. De lengteafmeting, die 105 meter bedraagt, geeft aan dit stationspostkantoor een bijna schrikwekkend massaal voorkomen. De diepte zal 36 m worden. In het postkantoor, waarvan men hoopt dat het eind 1958 klaar zal zijn, wordt alle briefpost en pakketpost ondergebracht. Het zal eerder een postfabriek worden dan een postkantoor; aan- en afvoer zullen zo volledig mogelijk gemechaniseerd worden.

Het Vrije Volk 20-01-1955

Postsortering

Het stationspostkantoor is geheel voor de mechanische sortering van de post ontworpen; eigenlijk is het gebouw een soort decoratieve huls rond de postsorteermachines. Rijksgebouwendienst en PTT hadden al een soort basisvorm voor het programma van eisen ontwikkeld. Maar de architecten, de gebroeders Kraaijvanger, hebben die functionele opbouw met verve tot een voor de wederopbouw karakteristiek robuust gebouw vormgegeven. Een betonconstructie ingevuld met baksteen, kunststeen en glas.

De PTT was al voor de Tweede Wereldoorlog bezig met de ontwikkeling van gebouwen voor de mechanische behandeling van poststukken. Rijksbouwmeester Bremer realiseerde het eerste moderne stationspostkantoor in Den Haag (1939-1949). Plannen voor het Rotterdamse stationspostkantoor liepen vertraging op door de oorlog. Een ontwerp van rijksarchitect J. Crouwel jr. uit 1941 was te weinig toegesneden op die moderne postsortering en mede daarom gesneuveld. Door de grote hoeveelheid werk bij de Wederopbouw werd de opdracht in 1954 aan een particulier architectenbureau, Kraaijvanger, gegeven. Op 4 juni 1955 werd de eerste paal geslagen. In september 1959 werd het gebouw in gebruik genomen.

stationsp-2-NL-RtSA_4121_1887
Het stationspostkantoor en de Delfsestraat in 1958.Ary Groeneveld/Stadsarchief Rotterdam 4121_1887

Slechts één kolom

Het gebouw bestaat uit zeven lagen met 7 meter hoge werkzalen voor de postmechaniseringsapparatuur. Aan de kopse kanten bevinden zich lagere kantoorverdiepingen van 3,50 meter. In de werkzalen is naar een minimaal aantal kolommen gestreefd. De breedte van 36 meter wordt in beton overspannen met slechts één kolom in het midden. De bovenste laag, bestemd voor de grootste postverwerkingsapparatuur, is 9,50 meter hoog en zelfs kolomloos.

Glijbanen en stortkokers

Op een eigen perron aan het Centraal Station kwam de post aan. Via een tunnel was het complex met de overige perrons verbonden. Aan de voorzijde van het gebouw was onder een zeven meter brede luifel een laadperron voor postauto’s. De post werd eerst naar de bovenste verdieping getransporteerd. Via een ingenieus systeem van glijbanen en stortkokers werden de poststukken van boven naar beneden gesorteerd.

In de oostelijke kantoorvleugel bevonden zich kantines op de tweede, achtste en twaalfde verdieping. Op de negende verdieping bevond zich de medische dienst. In de westelijke kantoorvleugel bevonden zich de kamers van de afdelingschefs en enkele vergaderzalen.

stationsp-1-NL-RtSA_4273_L-4154
De voorzijde van het stationspostkantoor met de gevelmozaïek van Louis van Roode. Stadsarchief Rotterdam 4273_L-4154

Gevel

In de gevel komt de opbouw van het gebouw tot uiting. De dubbelhoge werkzalen hadden een horizontaal kijkraam met teakhouten kozijnen tot 2,10 meter hoogte als schaalbepalend element. Een tuimelraam was te openen. Daarboven was een dubbele metalen pui met horizontale ramen geplaatst. Door toepassing van doorzichtig en ondoorzichtig glas ontstond een permanente zonwering. Aan de uitstekende vloerrichels zaten rails waaraan aluminium ladders hingen voor het reinigen van de ramen. In de gevels waren verder verschillende kleuren baksteen toegepast: geel, grijs en blauw.

Van Roode heeft zelf de ramen (22 stuks) met goedvinden van de architecten geprojecteerd. Het zijn 22 elementen geworden, die de architectuur enerzijds onderstrepen, anderzijds verlevendigen, die kort gezegd deel hebben aan het wezen van het gebouw. Het is een goed voorbeeld van hoe de architect en de voor de architectuur gevoelige kunstenaar kunnen samenwerken. Het trappenhuis achter deze wand heeft door de gekantelde vorm van de raamelementen en de prachtige kleur van het glas-in-beton iets sacraals gekregen. Er is kleur en beweging in deze wand gekomen.

Frans Duister in De Tijd De Maasbode 23 mei 1959

Kunstwerken

De buitenwand van het trappenhuis aan de zuidwestzijde is voorzien van een groot monumentaal glas-in-beton kunstwerk van Louis van Roode (1914-1964). Onderdeel van dit gigantische kleurige patroon zijn een reeks uitstulpende glas-in-beton-vensters, elk met een eigen vorm en voorstelling. In het gebouw waren vele kunstwerken te vinden van bekende Rotterdamse kunstenaars als Dolf Henkes, Wally Elenbaas, Kees Timmer, Henk de Vos en Gust Romijn.

Anno nu

Met de verplaatsing van de postsortering naar de rand van de stad in1992 in een Expeditieknooppunt (EKP) kwam het stationspostkantoor leeg te staan. Diverse eigenaren en architecten probeerden een nieuwe bestemming voor het Wederopbouwmonument te vinden. Uiteindelijk kwam projectontwikkelaar LSI in samenwerking met Claus en Kaan architecten tot een voor zowel monumentenzorg als gemeente bevredigende oplossing, die ook commercieel haalbaar was. Als Central Post kreeg het postkantoor een nieuw leven als bedrijfsverzamelgebouw. In de hoge verdiepingen werden extra vloeren gehangen, iets wat mogelijk was door de solide betonconstructie. Helaas kon niets van de karakteristieke postsorteerapparatuur behouden blijven.

Gegevens

Architect: E.H.A. & H.M.J.H. Kraaijvanger
Locatie: Delftseplein 31
Jaar: 1959
Rijksmonument

Volledige tijdlijn