Stadslandbouw tijdens de oorlogsjaren

Bij stadslandbouw denken we tegenwoordig aan hipsters die hun onbespoten groente verbouwen, met de daktuin op het Schieblock als paradepaardje. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestond er ook al iets als stadslandbouw. Pure noodzaak voor de voedselvoorziening. Velden met rogge en bruine bonen op de Coolsingel en de Botersloot!

Nederland voedt zichzelf!

Al vanaf het begin van de bezetting heeft de voedselvoorziening de aandacht van de Duitsers. Onder het motto Nederland voedt zichzelf! worden maatregelen genomen om de voedselproductie op peil te houden. In Rotterdam worden volkstuineigenaren verplicht groente te verbouwen en in maart 1941 komt de Commissie voor de Productieslag met plannen om groente te gaan verbouwen op gemeentegrond: parken, plantsoenen en braakliggende gronden. Uitgangspunt voor de Productieslag is het idee dat Nederland zelfvoorzienend moet zijn wat betreft voedselproductie. In 1942 is er 50 hectare grond voor landbouw beschikbaar in het Kralingse Bos, Jaffa, aan de Gordelweg, Blijdorp, de Spaansche Bocht, Hillegersberg en Varkenoord. De grond wordt geschikt gemaakt voor landbouw door de Heidemaatschappij. In 1943 wordt een proef genomen met “weer bouwrijp gemaakte percelen in de verwoeste binnenstad, die nog niet op andere wijze nuttig gemaakt konden worden (z.g. Diwero-gronden).” Diwero staat voor Dienst voor de Uitvoering van de Wederopbouw van Rotterdam. Deze rijksdienst, opgericht in december 1940, had nadat het puin geruimd was niet veel meer uit te voeren en vanaf 1 juli 1942 was er zelfs een algehele bouwstop. De Diwero-gronden bij de Coolsingel en de Botersloot worden gebruikt voor de teelt van rogge en bruine bonen. Op het totaal van 188 hectare vormen de velden in de stad slechts een bescheiden 19,5 hectare. In 1943 is de totale opbrengst 2,6 miljoen kilo voedingsgewassen. Er zijn oogstfeesten in de stad.

Stadslandbouw tijdens de oorlogsjaren
Oogst van rogge aan de Vroesenlaan, 1942.E.A. Hof/Stadsarchief Rotterdam 4100_XXXIII-625-2

Enthousiaste berichtgeving door de NSB krant

De Rotterdamse redacteur van Het Nationale Dagblad, de krant van de NSB, bericht laaiend enthousiast over de stadslandbouw: “Zij, die via het station D. P. de stad binnenkomen, worden reeds direct bij hun aankomst getroffen door deze merkwaardige verandering van het stadsbeeld, want zoowel langs de oude Kruisstraat als bij den Coolsingel, in het hart van de stad dus, zien zij het graan opschieten, op sommige plaatsen in het puin misschien wat minder mooi en dicht dan elders waar de grond zooveel beter is, maar toch steeds zoo, dat het resultaat ruimschoots de reeds aangewende en nog te besteden arbeidskracht loont.” Ook bij de Schiedamsedijk is landbouwgrond: “Waar nog maar enkele jaren geleden de passagierende zeelieden uit alle windstreken bijeenkwamen om zich in deze over de geheele wereld bekende en maar al te vaak ook beruchte pretbuurtjes met hun donkere, stegen en sloppen schadeloos te stellen voor wat zij op hun reizen gemist hadden, glanst nu de rogge in het gouden zonlicht, groent het loof van aardappelvelden en rijpen de peulvruchten.” (Het Nationale Dagblad 27-07-1943)

Op 28 juli bericht de krant over een oogstfeest in het Vroesenpark: “Maar ook een ander oud-Nederlandsch gebruik is weer in eere hersteld, en wel door het aanbieden van een oogstfeest aan de arbeiders. Dinsdagmiddag namelijk, toen het grootste deel van de rogge in het Vroesepark gemaaid was, vereenigden de arbeiders zich bij de keeten, waar de nationale en zwart-roode vlaggen vroolijk uitwoeien en opgewekte muziek al spoedig de stemming er in bracht. Mede door dit oogstfeest, dat temidden van stoppelvelden en de nog wuivende in de stralende zon goudglanzende halmen werd gevierd, kon men zich temidden van deze arbeiders midden op het platteland wanen, terwijl wij toch aan den rand van de groote stad stonden.” (Het Nationale Dagblad 28-07-1943)

Stadslandbouw tijdens de oorlogsjaren
Oogsten voor het stadhuis, juli/augustus 1944.H.G.M.L. Kappers/Stadsarchief Rotterdam 4080_XXXIII-642-03-01

Toename voedseltekorten

Door de oorlogssituatie is im- en export van voedsel onmogelijk. De onzekere situatie leidt al sinds de mobilisatie van 1939 tot hamsteren bij de bevolking, waardoor tekorten ontstonden. De overheid neemt de distributie van levensmiddelen in de hand en gaat werken met een bonnensysteem voor schaarse producten. Naarmate de oorlog vordert nemen de tekorten aan voedsel en brandstof toe. De bezetter neemt ook een deel van de oogst en de voorraden in beslag. Steeds meer voedsel is op de bon en veel mensen zijn aangewezen op de gaarkeukens. Voor bepaalde producten als koffie en thee wordt surrogaat gebruikt, minder van kwaliteit en smaak. De zwarthandel tiert welig en er wordt veel gestolen en geplunderd. Na Dolle Dinsdag in september 1944 worden de aardappelen van de stadslandbouwterreinen spontaan zonder toestemming door brutale stadsbewoners gerooid.

stadslandbouw-1-hongerwinter1
Omslag van het boekje Honger in Rotterdam van M. Koster, 1945
Stadslandbouw tijdens de oorlogsjaren
Ons rantsoen, schema uit het boekje Honger in Rotterdam van M. Koster, 1945

Hongerwinter

In de hongerwinter, de koude winter van 1944/45, verslechtert de toestand dramatisch en worden de rantsoenen steeds kleiner. Het wordt steeds lastiger voedsel vanaf het platteland naar het westen te transporteren. De spoorwegstaking vanaf september 1944 bemoeilijkt het transport. Als represaille voor die spoorwegstaking blokkeert de Duitse bezetter alle voedseltransporten naar West-Nederland. Ook zijn er te weinig arbeiders om te oogsten. Er worden vrijwilligers geworven om te helpen bij het oogsten in Drenthe, maar er zijn nauwelijks Rotterdammers die daar gehoor aan geven; men is bang als dwangarbeider naar Duitsland te worden afgevoerd.

In de hongerwinter maken mensen (verboden) hongertochten naar boeren om eten te ruilen voor kostbaarheden. Tegelijkertijd bloeit de zwarthandel. Er worden zelfs aardappelschillen, suikerbieten en tulpenbollen gegeten en ook honden en katten zijn niet veilig. In januari 1945 zijn voor een volwassene nog slechts 770 calorieën beschikbaar. Naar schatting 2500 mensen sterven de hongerdood in Rotterdam in de laatste oorlogsmaanden. In de laatste oorlogsdagen geven de Duitsers toestemming aan de geallieerden voor voedseldroppings. Bij Operatie Manna worden eind april en begin mei voedselpakketten uit laag vliegende vliegtuigen gegooid bij Terbregge.

A new conception

Wat er na de bevrijding met de stadslandbouw is gebeurd is niet bekend. Hoewel er natuurlijk daadwerkelijk gestart kan worden met de wederopbouw, is het niet logisch dat er op alle plekken al direct gebouwd wordt. Maar er is ook geen organisatie meer voor die stadslandbouw, de reguliere landbouw komt weer op gang en er kan ook weer voedsel worden geïmporteerd.

Architect Jaap Bakema vertelt in een interview in 1972 voor een Engelstalig tijdschrift hoe bijzonder het beeld van korenvelden in de stad moet zijn geweest, ook na de bevrijding. “During the war I was in a concentration camp, but luckily managed to escape. Then I joined the Canadian Army as what was called an Education Officer. One day we made a trip to Rotterdam and I can still remember that one of the Canadian Education Officers said: “Look here boys. It’s just like what Bakema told you, it’s a fine example of green with some buildings in it” because it was all corn fields and only the old town hall and a few other buildings were standing in it. That was Rotterdam and it was such an established kind of situation, because there was really corn growing where houses used to be that he thought it was a new conception of a town.” (Hilton Magazine, mei 1972)

Stadslandbouw tijdens de oorlogsjaren
Oogstfeest in het Vroesenpark, 27 juli 1943.Stadsarchief Rotterdam 4100_XXXIII-633-01

Dat de stad nog lang onbebouwd bleef blijkt uit een foto in het Stadsarchief uit december 1947. In de omgeving van het Weena en het Hofplein zijn door zeereis uitgeputte ossen, op weg naar Oost-Europa, tijdelijk van een zeeschip gehaald om bij te komen en te grazen. En dan was er ook nog tussen 1974 en 1983 het hertenkamp op het nog onbebouwde Weena, waar nu het Plazacomplex staat. De ideeën voor een weiland op het Schouwburgplein van kunstenaar Wim Gijzen uit 1969 waren ook zo gek nog niet.

Stadslandbouw tijdens de oorlogsjaren
Oogst op de graanvelden in de binnenstad in 1944. Op de voorgrond de Botersloot, in de verte het spoorwegviaduct en het stadhuis.J. van Rhijn/Stadsarchief Rotterdam 4140_1977-3006

Anno nu

In Rotterdam zijn vanaf 2011 meer dan 18 stads(moes)tuinen opgericht. Sommige als wijkinitiatieven door buurtbewoners of woningbouwcorporatie om gezamenlijk de wijk te vergroenen, eten te verbouwen en andere activiteiten te ontplooien. Veel tuinen worden ingezet om natuureducatie te geven, andere zijn opgericht om de voedselbank aan te vullen en sommige tuinen verkopen hun opbrengst of verwerken ze (in samenwerking met jongeren uit de wijk) in gerechten van hun restaurant. Hieronder een lijst van Rotterdamse moestuinen in 2018.

  • Buurtmoestuin Blokkentuin 2014
  • Buurtmoestuin (S)Moes 2016
  • Buurtmoestuin Wilgenplantsoen 2014
  • Dakakker Schieblock 2012
  • Dakgaard Luchtsingel, Hofbogen 2016
  • Dakpark Vierhavenstraat (park and vegetable garden) 2013
  • De Pluktuin 2011
  • De Spoortuin 2011
  • Hotspot Hutspot Lomba (cooking and gardening with youths) 2013
  • Hotspot Hutspot Krootwijk and Heijprak after 2013
  • Pluktuin Liskwartier 2013
  • Rakakker Crooswijk 2013
  • Stadskruidentuin Rotterdamse Munt 2014
  • Stadslandbouw Schiebroek 2011
  • Uit je eigenstad (Marconistraat city farm) 2012
  • Voedselbos Kralingen 2013
  • Voedseltuin Delfshaven (supplies the food bank) 2011
  • Taka Tuka Tuin Zevenkamp 2013
  • Wollefoppengroen 2012

Volledige tijdlijn