Spaarbank Rotterdam

Architect Oud heeft geprobeerd de associaties, die het begrip Spaarbank bij hem wekken, in het gebouw tot uitdrukking te brengen. Hij vertelde ons, dat de Spaarbank hem deed denken aan soliditeit, waardigheid en karakter. Hij wilde zijn ontwerp met deze begrippen doen overeenstemmen en het bovendien een zeer eigen vorm geven. “Hoewel ik grote bewondering heb voor de wederopbouw van Rotterdam, meen ik dat er te weinig markante punten zijn,” aldus dr. Oud, ”te veel gebouwen hebben een gelijke of bijna gelijke architectuur.”

Het Vrije Volk 13-5-1957

nai-spaarbank-maquette
Maquette Spaarbank.Archief Het Nieuwe Instituut
nai-spaarbank-exterieur1
De Spaarbank aan de Botersloot, kort na oplevering.Archief Het Nieuwe Instituut

Nieuw hoofdkantoor

Het hoofdkantoor van de Verenigde Spaarbank aan de Botersloot raakte tijdens het bombardement zwaar beschadigd. Een klein deel op de begane grond bleef gespaard en werd tijdelijk in gebruik genomen voor de bankzaken. Het duurde nog heel lang voor er een nieuw gebouw stond. Pas op 15 mei 1957 werd de eerste klant in het nieuwe gebouw verwelkomd. Zeker de helft van de Rotterdammers had een rekening bij de Spaarbank, die ook twintig bijkantoren had.

Zeker de helft van de Rotterdammers had een rekening bij de Spaarbank, die ook twintig bijkantoren had.

onbekend-spaarbank-poster
Affiche Spaarbank Rotterdam, 1949.Stadsarchief Rotterdam IV-1949-0093

De spaarzame en sparende Rotterdammers behoeven dus mr P. E. W. Lugt, de directeur van „de Botersloot” helemaal niet van onspaarzame, ja van luxueuze neigingen te verdenken, als hij het noodzakelijk acht, dat er een nieuw hoofdkantoor wordt gebouwd. Want zelfs het oplappen van de ruïne zou veel te duur en veel te onpractisch zijn om er een goed geoutilleerde spaarbank in te kunnen vestigen. Zulk een instelling vereist als een voor ieder bereikbaar centrum de ruim 300.000 rekeningcourant-kaarten, die zowel voor het publiek (de spaarders) als voor het personeel dagelijks de verlangde gegevens moet verschaffen. Een gebouw met een grote grondoppervlakte wordt daardoor noodzakelijk en deze mogelijkheid wordt door de opgelapte ruïne van het vroegere kantoor niet geboden. Bovendien was men veertig jaar geleden veel te royaal met de ruimte; kamers van 6.5 meter hoog vinden we tegenwoordig te onpractisch, al was het reeds alleen in verband met de verwarming.

Het Vrije Volk 13-12-1950

voet-laurenskerk
Librijesteeg met rechts de Spaarbank.Foto J. Roovers, archief Voet - C0135

Architect van ‘hoger niveau’

Tijdens de oorlogsjaren werkte eerst architect A.A. van Nieuwenhuyzen aan een ontwerp op de bestaande locatie, zodat de oude kluizen konden worden hergebruikt. In het Wederopbouwplan kreeg de Spaarbank echter een smaller, breder terrein ter beschikking. Men wilde voorkomen dat er een achtergevel aan de Binnenrotte zou komen. Voor het definitieve ontwerp werd een architect van ‘hoger niveau’ aangesteld: J.J.P. Oud. In de jaren twintig was Oud een van de leidende figuren in de Nederlandse architectuur, maar eind jaren dertig was hij gaan twijfelen over de principes van het Nieuwe Bouwen. Die twijfel komt ook tot uiting in dit ontwerp: Het is evenals het Shell-gebouw (in Den Haag) een poging om mijn eenvoudige vormgeving uit de 20er jaren op te voeren tot een gedifferentieerder uitbeelding.

Voor het definitieve ontwerp werd een architect van ‘hoger niveau’ aangesteld: J.J.P. Oud.

Oud gebruikte daarvoor traditionele architectonische middelen als symmetrie, een geometrisch maatsysteem en decoraties en bouwbeeldhouwwerken. De plattegrond was wel heel functioneel, met een ellipsvormige centrale hal met glazen dak op de begane grond voor het publiek. De kantoren liggen er in een U-vorm omheen; alleen op de begane grond zijn er kantoren aan vier zijden rond de centrale hal. Er zijn trappenhuizen op de vier hoeken. De hoofdingang ligt aan de Botersloot. Er zijn zijingangen voor het kantoorpersoneel en voor de verhuurbare kantoren op de hogere verdiepingen.

Het definitieve ontwerp was al in oktober 1943 af. De uitwerking duurde echter jaren doordat de begrenzing van het terrein wijzigde, de directie van de Spaarbank steeds met nieuwe eisen kwam en er problemen waren met de onteigening van een stuk grond. Precies zeventien jaar na het bombardement was de nieuwe spaarbank eindelijk klaar.

nai-spaarbank-exterieur1
De Spaarbank aan de Botersloot, kort na oplevering.Archief Het Nieuwe Instituut

Spaarbeesten

Het gebouw heeft een betonskelet; de gevels zijn van een lichte geglazuurde baksteen. Natuursteen is bij interieur en exterieur veelvuldig toegepast. Verder zijn er veel door Oud ontworpen ornamenten, zoals de ronde roosvensters bij de trappenhuizen, de ijzeren tralies voor de ramen en het beeldhouwwerk boven de deur: een hand die een muntstuk in een spaarvarken stopt gecombineerd met de plattegrond van Rotterdam. Bij de balkons in de zijgevels op de hoogste verdieping zijn zes beelden geplaatst. Beeldhouwer Aart van den IJssel (1922-1983) kreeg de opdracht voor een aantal ‘spaarbeesten’. Er werd gekozen voor inheemse diersoorten, hamster, egel, das, eekhoorn, bij en mier.

Beeldhouwer Aart van den IJssel (1922-1983) kreeg de opdracht voor een aantal ‘spaarbeesten’. Er werd gekozen voor inheemse diersoorten, hamster, egel, das, eekhoorn, bij en mier.

Oud werkte ook aan het interieur van de Spaarbank. Hij ontwierp speciaal meubilair, zoals een zithoek met stalen buismeubelen met skai bekleding, een vergadertafel en vier losse karpetten. Het meubilair is onderdeel van de collectie van het Nederlands Architectuurinstituut geworden.

Anno nu

In 1981 fuseerde de Rotterdamse Spaarbank tot de Verenigde Spaarbank, de latere VSB. Begin jaren negentig (rond 1993) werd het gebouw aan de Botersloot verlaten. In 1996 tekende architectenbureau De Nijl een verbouwing tot woonhotel. Vanaf 1999 werd het gebouw gebruikt door het Berlage Instituut, een postacademische opleiding voor architecten. In het gebouw was verder een aantal architectenbureaus gevestigd. Het Berlage Instituut verhuisde in 2012 vanwege bezuinigingen naar de TU Delft. Sinds 2014 is het Luzac College in het gebouw gevestigd. Het gebouw is een gemeentelijk monument.

Volledige tijdlijn