Onderstation GEB (stadsverwarming)

Op de hoek van de Delftsevaart en het Grotekerkplein staat een bakstenen complex, dat niet erg past in de moderne wederopbouwstad. Dat klopt ook wel, want het oudste deel dateert uit 1925. Het was een onderstation van het GEB. In 1948 werd ernaast een gebouw voor de Stadsverwarming gebouwd. Beide gebouwen zijn ontworpen door -anoniem gebleven- architecten van Gemeentewerken.

Het onderstation was noodzakelijk om de winkels en bedrijven in het centrum van elektriciteit te voorzien. Vanaf 1920 begon de gemeente met het onteigenen van de grond die nog niet in eigendom was en in 1922 werden de bestaande woningen afgebroken.

stadsverwarming
Juni 1948 startte de bouw van de Stadsverwarming aan de Delftsevaart. AD: Archief Het Vrije Volk

De directeur van het electriciteitsbedrijf had betoogd, vooreerst dat in verband met de toeneming van het stroomverbruik een spoedige uitbreiding van de op den Rechter Maasoever beschikbare middelen voor de productie van gelijkstroom zeer noodzakelijk was te achten, en wijders, dat dit doel alleen door een spoedige terhandneming van den bouw van het nieuwe onderstation aan de Delfvaart op afdoende en tevens op de meest economische wijze bereikt zou kunnen worden.

Nieuwe Rotterdamsche Courant 28-11-1923

onbekend-onderstation-tekening
Krantenknipsel Rotterdamsch Nieuwsblad 11-08-1924
stadsarchief-onderstation-zijkant
Herstelwerkzaamheden aan de Delftsevaart in 1943, met links het onderstation voor de stadsverwarming.Stadsarchief Rotterdam VIII 36.00.19.06

Sobere architectuur

De voornaamste ruimte in het gebouw is een hoge machinehal van ongeveer dertig bij tien meter breed met een hoogte van zestien meter. In de kelder was een kabelruimte en op de verdieping een kantoortje voor de opzichter, een werkplaats, magazijnen en een kleed- en waslokaal. Het gebouw, uitgevoerd door de Hollandsche Beton Maatschappij, had een betonnen vloerplaat van 1.35 meter dik als basis en ook de rest van de constructie is van beton. Het betonnen dak wordt gedragen door stalen liggers. In het uiterlijk is echter voornamelijk decoratief toegepaste baksteen zichtbaar.

De uiteraard sobere architectuur maakt een grooten kloeken indruk, gelijk dat in den laatsten tijd bij alle moderne techniek dienende gebouwen der gemeente het geval is.

Rotterdamsch Nieuwsblad 11-8-1924

De machinehal heeft een grote, door een rolluik afgesloten ingang om de zware machines er gemakkelijk in en eventueel ook weer uit te brengen. In de hal is daartoe een zware loopkraan aangebracht.

Het gebouw, uitgevoerd door de Hollandsche Beton Maatschappij, had een betonnen vloerplaat van 1.35 meter dik als basis en ook de rest van de constructie is van beton.

Er waren plannen voor een L-vormig kantoorgebouw van vijf verdiepingen voor het GEB naast het gebouw. Het plan ging niet door, maar vormde de opmaat voor de bouw van het GEB-gebouw aan de Rochussenstraat.

stadsarchief-onderstation-waterkant
De uitbreiding voor de stadsverwarming bijna gereed in 1949.Stadsarchief Rotterdam XV 31.06

Stadsverwarming

Het onderstation bleef gespaard tijdens het bombardement. Tijdens de oorlogsjaren ontstond het idee over te gaan tot een collectieve warmtevoorziening in het centrum, zodat niet iedere grootverbruiker een dure eigen voorziening hoefde te bouwen. Er werd een buizenstelsel aangelegd. Aanvankelijk dacht men, dat de centrale aan de Schiehaven een belangrijke rol bij de stadsverwarming zou kunnen spelen. Mede door de ongunstige ligging van dit complex ten opzichte van het centrum werd dit idee verlaten ten gunste van de aan de Delftsevaart mogelijke oplossing. In 1961 werd een tweede onderstation aan de Blekerstraat in gebruik genomen.

Daar immers was het oude, door de oorlogshandelingen gespaarde onderstation voor gelijkstroom van het GEB nog intact. Een jaar later werd met de aanleg van het leidingnet begonnen en het inmiddels verbouwde onderstation uitgerust met een ketel om de eerste vier klanten (het telefoonkantoor en de firma Rouppe en Van der Voort aan de Botersloot, het woningcomplex Pax aan het Groenendaal en de Amsterdamse Bank-Incassobank) te kunnen bedienen.

Het Vrije Volk 27-1-1961

De uitbreiding en verbouwing van het onderstation leverde een tweede bakstenen bouwsel op. Volgens dagblad De Tijd “een ongetwijfeld nuttig bouwsel”, dat echter wel het uitzicht op de St. Laurenstoren bedierf.

Men kan moeilijk zeggen: „Op Maandag 10 October 1949 des middags te 12 uur drie minuten en tien seconden stelde de heer Hoenkamp, directeur van het G.E.B, het centrale stadsverwarmingsnet in werking”. Want eigenlijk werkte de centrale stadsverwarming reeds, was er al proef mee gedraaid en die proefdraaiingen zijn bevredigend verlopen. En deze nieuwe aanwinst dus bij die wederopbouw van de stad hebben we aanvaard zonder er een feestmuts bij op te zetten.

Het Vrije Volk 10-10-1949

 

Anno nu

In 1992 werd het GEB verzelfstandigd. Nu was Rotterdam een van de hekkensluiters, want elders waren de energiebedrijven al eerder geprivatiseerd. Een paar jaar later fuseerde de GEB met de energiebedrijven van Dordrecht en Den Haag tot de Eneco.

Het gebouwencomplex bestaat nog steeds en is in gebruik bij Uniper/Eneco.

Volledige tijdlijn