Minervahuis

Rotterdams wederopbouw begonnen.

Het eerste bouwwerk, dat in het verwoeste gedeelte van Rotterdam mag worden opgetrokken, is een kloek, vijf verdiepingen hoog kantoorpand met winkels op den beganen grond. Het gebouw zal verrijzen op den hoek van de Weste Wagenstraat en de Meent en daar aansluiten op het Minervahuis. Zooveel opluchting als de constateering gaf, dat Rotterdam geen puinstad meer is, zooveel voldoening schenkt de wetenschap, dat een nieuwe fase in het Ieven van Rotterdam is ingeluid, de periode van den wederopbouw langs zorgvuldig uitgestippelde lijnen. Dat bij den herbouw van Rotterdam van een weloverwogen plan wordt uitgegaan, moge blijken uit de met zorg gekozen plaats van het nieuwe pand.

Rotterdamsch Nieuwsblad 5-11-1940

minervahuis-4
Perspectieftekening vooroorlogse bebouwing aan de Meent.Rotterdamsch Nieuwsblad 7 juli 1938

Vier gebouwen

Het Minervahuis aan de Meent is onderdeel van een bouwblok, dat grotendeels tijdens de wederopbouw is gerealiseerd. Vier gebouwen dragen inmiddels de naam Minervahuis, wat verwijst naar het oudste, kort voor de oorlog gerealiseerde gebouw. Dit Minervahuis I is tussen 1937 en 1938 gebouwd aan de nieuwe, verbrede Meent. Minervahuis II is het gedeelte aan de Meent dat tussen 1940 en 1942 is gebouwd, een van de weinige gebouwen die tijdens de oorlog zijn gerealiseerd. Minervahuis III is een bedrijfspand uit 1949-1950 op de hoek van Rodezand en Leeuwenstraat, oorspronkelijk Rosaliahuis geheten. Minervahuis IV aan de Leeuwenstraat 15 is eveneens naoorlogs en ontworpen door architect A.J.M. Buijs. De drie oudste gebouwen zijn alle ontworpen door de Rotterdamse architect J.P.L. Hendriks (1895-1975). Opdrachtgever was steeds Verzekeringsmaatschappij Sint Willebrordus, waarvoor Hendriks ook de ‘Kunstenaarsflat’ (1939) op de hoek van Rochussenstraat en ‘s-Gravendijkwal en woongebouw Pax aan het Groenendaal bouwde. Vanaf 1943 werkte Jan Hendriks samen met Lex van den Bosch (1908-2002) en Willem van der Sluys (1897-1972). Het bureau Hendriks Van den Bosch Van der Sluys was zeer actief in de wederopbouw, met de fraaie bioscoop Thalia aan de Kruiskade als bekendste werk. Hendriks had in 1924 de Prix de Rome voor Schone Bouwkunst gewonnen, de belangrijkste prijs voor jonge architecten. Voor de oorlog realiseerde hij in Rotterdam de Rooms Katholieke Ambachtsschool aan de Walenburgerweg (1934), het poortgebouw van de Rooms Katholieke Begraafplaats in Crooswijk (1936) en de Kunstenaarsflat.

minervahuis-7
De Meent in het najaar van 1953 met links het Stadstimmerhuis en rechts de Minervagebouwen. Stadsarchief Rotterdam

Doorbraak

De bebouwing aan de Meent was onderdeel van de nieuwe verbinding tussen de Coolsingel en de Jonker Fransstraat, een gevolg van de verkeersdoorbraak die door stadsarchitect A.C. Burgdorffer in 1918 was getekend. De smalle straten werden verbreed tot 20 meter, zodat het verkeer gemakkelijker zijn weg zou kunnen vinden. Hiervoor moesten vele huizen worden gesloopt en vervangen door hogere bebouwing met winkels op de begane grond en woningen en kantoren erboven. De doorbraak was een vervolg op de bouw van het stadhuis en het postkantoor en de geplande nieuwe beurs, waarvoor een complete wijk was gesloopt. Ook zonder bombardement werd het centrum dus al rigoureus vernieuwd.

Eind jaren dertig was al een groot deel van de nieuwe Meent bebouwd. De vernieuwing werd niet door iedereen gewaardeerd: zonder twijfel loopt de Rotterdammer, die oog en gevoel voor zulke dingen heeft, nog eenigszins onwennig door deze wordende winkelstraat, die voorloopig zoo’n vreemd element in de oude binnenstad wordt. Vooral het ‘geprononceerde horizontalisme’ was problematisch voor de medewerker van het Rotterdamsch Nieuwsblad. Toen de architectuur nog een opstrevend karakter had en daardoor spiritueel van aard was, schijnt ze daardoor vanzelf die geestelijken beweeglijkheid te hebben gekregen, die tot altijd rijker versiering leidde, de lange horizontalen, bovendien dicht boven elkaar getrokken, laten aan den geest geen ruimte, ze zijn in karakter utilitaristisch en veranderen heel het wezen van onze oude steden.

Het bombardement zorgde voor de verwoesting van enkele net opgeleverde bouwblokken met winkels en woningen van architecten Ten Bosch, Buurman en Sutterland, maar bevorderde ook de verdere ontwikkeling van de Meent als kantoor- en winkelboulevard. De vooroorlogse straatnamen Hofstraat, Korte Wagenstraat en Heerenstraat verdwenen daarbij; de hele straat werd nu Meent genoemd.

minervahuis-5
De voltooiing van de Meent werd in 1953 met veel enthousiasme begroet: de eerste grote winkel- en verkeersstraat van het nieuwe Rotterdam.Stadsarchief Rotterdam

Minervahuis

Het eerste Minervahuis, opgeleverd in 1938, was getroffen tijdens het bombardement, maar kon wel worden hersteld. Vlak voor kerst 1940 opende bodega Sandeman, voorheen aan de Coolsingel, een grand café in het herstelde Minervahuis. De architectuur van het Minervahuis en van de andere gebouwen aan de Meent sluit aan op de zakelijke bouwblokken die in de jaren dertig aan de Rochussenstraat, in Blijdorp en aan de Dordtselaan en Mijnsheerenlaan in zuid waren verrezen. Het Minervahuis heeft een betonskelet, dat met baksteen is bekleed. Hierdoor zijn horizontale strookramen mogelijk. Een voor de jaren dertig karakteristiek element is de gestroomlijnde afronding op de hoek van Meent en Rodezand.

minervahuis-6
De balkonnetjes van Minervahuis 2 in gebruik als de Marinierskapel voorbijkomt in 1961.Stadsarchief Rotterdam

Minervahuis II

Het tweede gedeelte van het Minervahuis is opnieuw een gebouw van architect Hendriks voor verzekeringsmaatschappij Sint Willebrordus. Het gebouw voegt zich onopvallend in het stratenpatroon. Aan de Meent sluit het met vier verdiepingen aan op Minervahuis I; in de Westewagenstraat heeft het gebouw drie verdiepingen. De hoek is geaccentueerd door een terugliggend gevelvlak met een rij balkons. Het oogt met zijn sobere baksteenarchitectuur als een solide beleggingsobject voor de verzekeraar.

Ook hier is een combinatie van betonskelet en bakstenen gevelbekleding toegepast, echter zonder de mogelijkheden van een vrije gevelindeling uit te buiten. Enige versiering zijn de metalen balkonhekjes bij de terugliggende hoek. De sobere gevel is verder tamelijk onopvallend verlevendigd door zeven beeldjes van bekende Rotterdamse straatfiguren van de jong overleden beeldhouwer Johan van Berkel (1913-1956). Behalve het duivenvrouwtje ziet men er Boefje, de visvrouw, het ballonnenvrouwtje, de molentjesman, de visser en de harmonicaspeler.

minervahuis-2
Beeldhouwer Johan van Berkel (1913-1956) werkt in 1942 aan het Duivenvrouwtje, een van de beelden voor de gevel van het Minervahuis. Jeroen van Berkel (Wikipedia)

Minervahuis III

Tijdens de wederopbouw werden verdere uitbreidingen gerealiseerd aan de achterzijde van het bouwblok, op de plek waar voor de oorlog de Rosaliakerk stond. Deze voormalige katholieke schuilkerk stond op de nominatie te worden gesloopt bij de doorbraak, maar na protesten werd hiervan afgezien. Na het bombardement is de verwoeste kerk toch gesloopt. Het hele bouwblok van de verschillende ‘Minervahuizen’ heeft zoals te doen gebruikelijk een expeditiehof.

Minervahuis III heette oorspronkelijk Rosaliahuis. Het gebouw, dat verschillende bedrijven huisvestte, werd op 22 januari 1951 geopend. Het gebouw is in een vergelijkbare sobere architectuur als de twee Minervahuizen gerealiseerd. Door de bekleding van het betonskelet met licht grijs geglazuurde baksteen kreeg het pand een fris en modern aanzien. Aan de voorzijde werd het betonframe zichtbaar gelaten en gevuld met kunststenen platen. Ook hier is een verticale reeks balkonhekjes de enige versiering. In het gesloten bakstenen gevelvlak op de hoek van het Rodezand is ook nog enige versiering aangebracht met decoratief metselwerk. Oorspronkelijk stond de benaming Rosaliahuis op de dakrand van het lage gedeelte en waren er een soort guirlandes van opnieuw Johan van Berkel aangebracht in de onderrand van de kantoorgevel.

Minervahuis IV

Minervahuis IV heeft eigenlijk weinig van doen met de andere gebouwen. Het is een bedrijfsgebouw ontworpen door de architect A.J.M. Buijs (1897-1986) voor de Haarden- en Fornuizenhandel Van Zwol. Reeds voor de oorlog was aan het ontwerp gewerkt. De eerste paal werd geslagen op 22 juni 1949 en acht maanden later was het pand klaar. Het bedrijfsgebouw ernaast is ook van Buijs, een tamelijk onbekende Rotterdamse architect die verder ook het woningblok aan de Hoogstraat 47-73 ontwierp. De twee overige panden in het bouwblok zijn van Kees Hoogeveen, ook de architect van gebouw De Heuvel.

Revival van de Meent

In 2001 kocht ondernemer Robin von Weiler het Minervahuis aan de Meent. Het kantoorgebouw werd gerestaureerd en geleidelijk breidde hij van hieruit zijn bezit uit. Ook begon hij zich actief te bemoeien met het karakter en de uitstraling van de straat. Uitzendbureaus, reisbureaus en andere onaantrekkelijke winkels verdwenen langzaam maar zeker. Von Weiler: “Dat zijn de killers van de detailhandel. Het zijn kantoren in winkelpanden die de loop uit de straat halen.” Ook de grote winkelketens zijn hier niet welkom; mister Meent Von Weiler heeft een voorkeur voor zelfstandige Rotterdamse ondernemers. Het heeft even geduurd, maar inmiddels behoort de Meent tot de populairste straten van Rotterdam. Een status die met de komst van het Timmerhuis is bekroond. Aan de tamelijk anonieme wederopbouwarchitectuur van de Meent is nauwelijks iets veranderd; alleen op straatniveau is ingegrepen: nieuwe winkels en horeca met nieuwe interieurs en een beter straatprofiel. Von Weiler werkte consequent aan een gevarieerd en aantrekkelijk winkelaanbod in het iets hippere segment in combinatie met trendy horeca. Of zoals het op de website heet: de meest trendy winkelstraat van Rotterdam. Beauty, fashion, lifestyle winkels en restaurants. Lonely Planet noemt de Meent: Eén van de meest glamoureuze straten van Rotterdam.

Volledige tijdlijn