Bankgebouwen Blaak

In 1950 zag het er niet naar uit, dat Rotterdam in architectonisch opzicht een fraaie stad zou worden, waarin de bouwkunst van het eigen tijdperk behoorlijk tot uiting zou komen. Als men nu nog mensen spreekt, die de wederopbouw van Rotterdam niet van nabij volgen, dan schudden ze meewarig hun hoofd en zeggen veelbetekenend: „Die banken!”

Het Vrije Volk 11-12-1952

Het lijkt wel of er in de beginjaren van de wederopbouw alleen maar banken worden gebouwd in Rotterdam. Op de Coolsingel werd al tijdens de oorlogsjaren gebouwd aan de Rotterdamse Bank, op de Schiekade verrees in 1949 de Nationale Levensverzekerings-Bank, J.J.P. Oud tekende jarenlang aan de Spaarbank aan de Botersloot en de Nederlandsche Bank opende in 1955 een bijkantoor aan de Boompjes. Maar het meest in het oog springend waren de drie ‘machtige bankburchten’ aan de Blaak, die in november 1950 gereed kwamen. Samen met het gespaard gebleven gebouw van Mees & Hope (de huidige kunstacademie) herstelden ze het vooroorlogse imago van de Blaak als bankenstraat. Banken en verzekeraars waren de enige instellingen die voldoende geld hadden om zonder overheidssteun snel de verwoeste gebouwen te vervangen door nieuwbouw. Ze werden geconcentreerd aan de Blaak en aan de Coolsingel.

bankgebouwen
Voorgestelde bebouwing van de noordzijde van de Blaak. Stadsarchief Rotterdam

Vierkante plompheid

Niet iedereen was dus enthousiast over deze ‘forten van het kapitaal’. Een medewerker van Het Vrije Volk heeft het over die reeks monumentale brandkasten op de Blaak: wat een griezelig degelijke symmetrie – men behoeft nog niet wild te zijn op a-symmetrische bouw om toch naar wat minder vierkante plompheid te verlangen. In het gebouw van de Nederlandse Handel Maatschappij zijn de architecten er in geslaagd de ramenrijen aan haar voorgevel zo stijf in het vierkant op te delen als de cijfers op een balans. Architect Marius Duintjer vroeg zich in het architectuurtijdschrift Forum af of ‘de pioniers in de nog stuivende vlakten, het straks uit zullen houden – of ze voldoende durf getoond zullen hebben om straks in het architectonisch geheel niet te zullen wankelen?’

Het is niet verwonderlijk dat een van de grootste propagandisten van de nieuwe zakelijke architectuur van de wederopbouw, Rein Blijstra, weinig enthousiast is over de bankgebouwen aan de Blaak. Maar hij vindt ze in ieder geval beter dan de andere Rotterdamse bankgebouwen: de strenge rechthoeken van de banken aan de Blaak onderscheiden zich nog gunstig van deze grauwe steenklompen, die, omdat ze van steen zijn, wel een vaste vorm moeten hebben, maar wier silhouet zich in ons geheugen niet kan aftekenen, omdat de proporties geheel en al onpersoonlijk zijn.

En op zich sluit de degelijkheid en soliditeit van de gebouwen goed aan op de functie en het imago van het bankwezen. Zelfs Blijstra moet erkennen: Een bank is deftig, solide, besloten. Als men geld naar de bank brengt, moet men het gevoel hebben, dat het daar veilig is opgeborgen, het gebouw moet iets van een kluis hebben, die over de werkelijke kluizen is heen gebouwd. Merkwaardig is dat de drie monumentale, symmetrische gebouwen alle een asymmetrisch geplaatste entree hebben. Een andere overeenkomst is de geringe aandacht voor de achterzijde van de gebouwen, waar zich de personeelsentrees bevinden.

 

bank
Oktober 1950 stond de Incassobank nog geïsoleerd aan de Blaak. Zicht vanaf de Regentessebrug. AD: Archief Het Vrije Volk

Zo zullen zich, na de algehele voltooiing, hier drie gebouwen vertonen, die tengevolge van de door de stedebouwkundige, superviserende instanties gegeven uitgangspunten zullen staan in één rij en van hetzelfde, uitgezochte postuur, als soldaten in het gelid, doch waarbij de individuele -wellicht ook zakelijke- verlangens naar een eigen verschijningsvorm hebben geleid tot het vermijden van het aantrekken van een eendere soldatenjas, doch juist enige kleurige mode-gewaden ten toon gespreid zullen worden.

Aldus Ir. I. Moerman in De Maasstad 1949.

4204_4705
Interieur Twentsche Bank. Stadsarchief Rotterdam
twentse-bank1
Perspectieftekening Twentsche Bank. Bouwkundig Weekblad 1953
twentse-bank-2
Geveltekening achterzijde Twentsche Bank. Bouwkundig Weekblad 1953

Kracht en zekerheid van de Twentsche Bank

Attentie, heren kantoorlopers en depositohouders! Van Maandag a.s. af dient ge u voor het afhandelen van zaken met De Twentsche Bank te vervoegen in het nieuwe gebouw aan de Blaak 28, schuin tegenover de ruïne-achtige overblijfselen van het vroegere pand, waarin na het verwoestende bombardement het bedrijf -dank zij het in tact blijven van de kluisinrichting- tot heden toe kon worden voortgezet. Enige dagen is men nu bezig geweest de safeloketten en andere waarden over te brengen, naar het nieuwe gebouw, dat daar thans staat, stoer en sterk, als een symbool van veiligheid voor hen, die zijn bezit aan de Bank toevertrouwt. Rotterdamsch Nieuwsblad 16-9-1950

De Twentsche Bank was voor de oorlog gevestigd aan de zuidkant van de Blaak (toen nog een binnenhaven) in een gebouw ontworpen door Barend Hooijkaas jr. (1855-1934). Aanvankelijk wilde de directie op deze plek herbouwen, zodat de kluizen konden worden hergebruikt. Maar in de wederopbouwplannen werd de rooilijn verlegd en na de oorlog koos stadsarchitect Cornelis van Traa voor concentratie van de aan de zuidzijde van de Blaak. Men kreeg een locatie naast de twee andere banken. De opvolgers van Hooijkaas zochten samenwerking met het bureau van de voormalige Rotterdamse stadsarchitect Ad van der Steur. Van der Steur stemde kleur en grootte van het gebouw af op het gebouw van de NHM ernaast.

Het gebouw moest kracht en zekerheid uitstralen: De architectuur zelf tracht een uitspraak te geven van het karakter, dat een Bankgebouw hebben moet. Stoer en sterk moet het zijn als symbool van veiligheid voor hem, die zijn bezit aan de Bank toevertrouwt. En zo tracht dit gebouw stoer en sterk te zijn door de onderbouw van gepolijst betonsteen, door de geslotenheid der zijgevels, de hoeken op de bovenverdiepingen en tenslotte door het hoge fries zonder ramen, dat de voorgevel aan de bovenzijde beëindigt. Aldus Van der Steur in het Bouwkundig Weekblad van 16 januari 1951. De asymmetrisch geplaatste hoofdingang kreeg een monumentale bekroning met de wapens van Amsterdam, Enschede en Londen. Op het dak werd boven de entree een beeld van een steigerend paard geplaatst. Dit symbool voor Twente is een creatie van de bekende Rotterdamse beeldhouwer Cor van Kralingen. Op 14 juni 1946 werd de eerste paal geslagen en op 15 augustus werd het als eerste van de drie in gebruik genomen.

corvankralingen
Het beeldhouwwerk van Cor van Kralingen werd eind oktober 1948 in stukken van vijf ton gemonteerd op het dak van de Twentsche Bank. AD: Archief Het Vrije Volk
4204_4707
Effectenhal. Stadsarchief Rotterdam
nhm1
Perspectieftekening met een eerder ontwerp van de Twentsche Bank. Bouwkundig Weekblad 1953
nhm2
Floor plan of the Nederlandsche Handel-Maatschappij with lightwell. Bouwkundig Weekblad 1953

Nederlandsche Handel-Maatschappij: gebouwd rond de kluis

Het agentschap Rotterdam van de Nederlandsche Handel-Maatschappij was in 1917 gebouwd aan de Zuidblaak en bij het bombardement grotendeels verwoest. Alleen de kluizen hadden de verwoesting overleefd en deze werden tijdens de oorlog nog gebruikt. Al in november 1940 kregen de architecten Corn. Elffers en A.A. van Nieuwenhuyzen de opdracht om een nieuw bankgebouw op dezelfde locatie te maken. Door verschuiving van de rooilijn en vergroting van het terrein kwam de ruïne in het midden van de bouwplaats terecht. Maar van bouwen kwam tijdens de oorlogsjaren nog niets.

Op 24 september 1945 werd de eerste paal geslagen. Een lastige bijkomstigheid was dat om de ruïne van de kluizen heen moest worden gebouwd. Eerst werd de kelder aangelegd, vervolgens het oostelijke deel, daarna het westelijke deel met de nieuwe kluis en uiteindelijk het middengedeelte. Van deze volgorde is overigens in het uiterlijk niets te merken. Het gebouw oogt massief, maar bestaat in feite uit vier standaard kantoorvleugels rond een met glas overdekt binnenhof. Alleen de extra hoge begane grond beslaat het hele kavel. Verder bestond een deel van het gebouw uit verhuurbare kantoorruimte. Het gebouw werd op 2 oktober 1950 in gebruik genomen.

Het exterieur is tamelijk sober, maar de publiekshal, de effectenhal, de vergaderzaal en de directievertrekken zijn luxueus met wit marmer en betimmeringen van eikenhout en notenhout. Links vindt ge de publiekhal en loketten. Deze vertrekken zijn uitgevoerd in geaderd wit Calacatta-marmer. Het is ongetwijfeld een representatief deel van het gebouw, maar het is zo kil en steriel als bevroren sneeuw. Het is ongetwijfeld het kostbaarste, maar naar ons gevoel ook minst gelukkige deel van het interieur, dat bepaald niet tot navolging noodt. Het Vrije Volk 28-11-1950

In de voorgevel valt de asymmetrisch geplaatste hoofingang op, voorzien van een bordes en bronzen portico. Hier is een bronzen reliëf met het embleem van de N.H.M. geplaatst, ontworpen door Nel Klaassen. Op de luifel zijn twee groepen meerminnen aangebracht, eveneens van Nel Klaassen.

L-515
Interieur Incassobank, 1954. Stadsarchief Rotterdam
4204_4703
Overzicht over de centrale werkruimte van de Incassobank, 1954. Stadsarchief Rotterdam
incasso1
Plattegrond Incassobank, eerste verdieping. Bouwkundig Weekblad 1953

Incassobank: kantoortuin avant la lettre

Ook het gebouw voor de Incassobank werd al tijdens de oorlog ontworpen. E.H. en H.M. Kraaijvanger kregen de opdracht voor nieuwbouw op de hoek van Leuvehaven, Schiedamsedijk en Blaak. Omdat hier in het Basisplan het zogenaamde venster op de rivier was gedacht, moest in 1946 een nieuw ontwerp worden gemaakt voor de nieuwe locatie. Door een fusie tussen Incassobank en Amsterdamsche Bank in 1947 en het daaropvolgende besluit een gezamenlijk gebouw te betrekken werd het ontwerp nogmaals gewijzigd. Het gebouw werd in plaats van 28 meter 38 meter breed. Bij het ontwerp is bovendien rekening gehouden met het feit, dat het Amerikaanse consulaat ernaast zou worden gebouwd. Daardoor is de westgevel geheel raamloos. Het consulaat is er nooit gekomen; er werden enkele verdiepingen boven Huf gehuurd. Bij de opzet van het plan heeft de architect dankbaar gebruik gemaakt van de bijzondere situatie, door de hoofdingang op de hoek te projecteren, hetgeen stedebouwkundig volkomen verantwoord is. De hoofdentree in de afgeronde hoek is duidelijk gemarkeerd door een hoog portaal met wanddecoraties van kunstenares Nel Klaassen. Op het dak bevindt zich een ronde personeelskantine.

Op 18 november 1946 werd met de bouw begonnen. Het tijdschrift Rotterdam Bouwt, een maandelijkse lofzang op de wederopbouw, is uiteraard enthousiast over het gebouw: Het wordt een monumentaal bouwwerk, dat opvalt door eenvoud en van goede smaak getuigt. En eenmaal gereed, zal het getuigen van durf en vertrouwen in de toekomst. Op 22 november 1950 werd het gebouw feestelijk geopend.

Een bijzonderheid is de grote, open werkruimte centraal in het gebouw, een soort kantoortuin avant la lettre. Banken breken niet licht met tradities, maar hier is het toch gebeurd, want nergens zijn er hekwerken, die de balies afsluiten. Het zijn open, met donker marmer, bedekte tafels en dit vergroot nog heel sterk het gevoel voor ruimte in deze parterre, waar meer dan honderd bankbedienden werken, tikkend op talloze schrijfmachines, telefonerend en pratend aan de balie. En toch…. het is daar niet lawaaierig, ook al is er nog een eerste verdieping, die gebouwd is als een rondom lopende galerij. Dat komt doordat er vooral met zoveel zorg geluiddempend materiaal is toegepast. In de vorm van honingraten is het tegen het glazen plafond verwerkt. Dat acoustische materiaal is ook oorzaak, dat de directie en ook het personeel van andere afdelingen, op de eerste etage aan de Blaakzijde gehuisvest, zo vaak een opendeur-politiek volgen. In hun werkvertrekken is het namelijk zo rustig -het verkeer ziet men voorbijschuiven, maar men hoort het niet- dat men, om toch wat te horen, de deuren dan openzet. Het Vrije Volk 20-11-1950

Drie jaar later, op Opbouwdag 1953, werd het beeld Welvaart van Pieter Starreveld onthuld, beter bekend als Bank-Bil-Jet of het Nakie van Blakie. Het beeld is in 1979 verplaatst naar het bankgebouw op de Coolsingel.

Betonskelet aan de Coolsingel

De nieuwbouw van de gefuseerde bank zadelde de stad op met een lastig probleem. De Amsterdamsche Bank was namelijk ook al met nieuwbouw begonnen en liet een onafgemaakt gebouw, niet meer dan een betonskelet, achter. Op een zeer prominente plaats op de Coolsingel, tegenover het postkantoor op de hoek van de Aert van Nesstraat. Het skelet was de Rotterdammers ‘een doorn in het oog’, gezien de vele krantenstukken en vragen in de gemeenteraad.

In 1952 werd het skelet verkocht aan een andere bank, de Bank voor Handel en Scheepvaart, die pas in april 1957 het afgebouwde gebouw betrok.

luchtbrug
November 1965 werden NHM en Twentsche bank verbonden door een luchtbrug. Foto Ary Groeneveld Stadsarchief Rotterdam

Drie rijksmonumenten op rij

De drie bankgebouwen aan de Blaak verloren eind jaren negentig hun functie. Incassobank en Amsterdamsche Bank waren in 1964 opgegaan in de AMRO-bank en in 1977 verhuisd naar de Coolsingel. Het gebouw werd verkocht aan de NMB, dat de witgeglazuurde baksteen liet schoonspuiten, waardoor er een gewone baksteengevel tevoorschijn kwam. De Nederlandsche Handel-Maatschappij was met de Twentsche Bank gefuseerd tot de Algemene Bank Nederland (ABN). Beide panden werden in 1965 ter hoogte van de derde verdieping door een luchtbrug met elkaar verbonden. Na de fusie van ABN en AMRO in 1990 werden de gebouwen afgestoten. De drie bankgebouwen hadden hun functie verloren en leken rijp voor de sloop. Vooral het eerste bankgebouw stond op een mooie plek voor hoogbouw. De dreigende sloop van dit gebouw was de aanleiding voor de oprichting van het Comité Wederopbouw, dat zich ging beijveren voor het behoud van de belangrijkste gebouwen uit deze periode. Groen Links raadslid Herman Meijer diende in 1993 een motie in voor een inventarisatie van wederopbouwarchitectuur en kon zelf als wethouder in 1995 de drie bankgebouwen aan de Blaak op de gemeentelijke monumentenlijst zetten. De drie gebouwen kregen een nieuwe functie: sinds 2002 is de AMRO-bank in gebruik bij de Kamer van Koophandel en de twee andere gebouwen bij notariskantoren. De drie banken zijn tussen 1999 en 2001 gerenoveerd door Kraaijvanger Architecten. Sinds 2010 zijn alledrie de gebouwen rijksmonument.

 

Anno nu

Doordat de voormalige Incassobank als Kamer van Koophandel een publieke functie heeft gekregen, kunnen veel bezoekers genieten van de prachtig gerenoveerde centrale hal, die in deze nieuwe functie zelfs beter tot zijn recht komt. De twee andere bankgebouwen zijn helaas minder toegankelijk geworden. Het interieur van de Twentsche Bank is bij de renovatie volledig gemoderniseerd. Het gebouw is in gebruik bij advocaten- en notariskantoor Ploum Lodder Princen. De NHM heeft lange tijd een kantoor voor Gemeentebelastingen gehuisvest waarbij de fraaie publiekshal met wachtruimte nog volledig intact is gebleven.

Eind 2016 is het startsein gegeven om het voormalige pand van Nederlandse Handels-Maatschappij te renoveren tot een flexibel kantoorpand dat ‘chique en voornaam’ moet zijn. Het Rotterdamse architectenbureau v8 heeft de opdracht uitgevoerd. De gevel en de monumentale ruimten zijn intact gebleven en het daklicht in het plafond van de voormalige effectenhal is in ere hersteld, waardoor er weer licht vanuit het atrium naar de ontvangsthal tussen de kluizen kan schijnen. Deze hal is de centrale ontmoetingsplek voor de verschillende huurders. De overige verdiepingen zijn in gebruik als kantoorvloer. De buitengevels en de monumentale ruimten met marmeren afwerking zoals bijvoorbeeld de kluis zijn intact gelaten en waar nodig hersteld. De renovatie is februari 2018 afgerond.

Architecten NHM: Elffers & Van Nieuwenhuijzen
Architect Twentsche Bank: Van der Steur
Architect Incassobank: Kraaijvanger
Locatie: Blaak
Jaar: 1950
Rijksmonumenten

Volledige tijdlijn