Historicus en filosoof Siebe Thissen, pleit vanuit zijn functie als hoofd Beeldende Kunst & Openbare Ruimte in Rotterdam voor actie om de wederopbouwkunst in de binnenstad te bewaren.

Stadsverfraaiing

Dankzij het nieuwe Centraal Station en de Markthal heeft de marketing van Rotterdam nieuwe impulsen gekregen. In het kielzog van de ongebreidelde bouwlust die onze stad sinds 1940 aan de dag heeft gelegd, volgde altijd de stadsverfraaiing. Tot op de dag van vandaag. Het stationsplein krijgt straks het kunstwerk Kissing Earth, twee glimmende en transparante globes, ontworpen door Olafur Eliasson. En voor de Markthal heeft Arno Coenen, met een knipoog naar de Sixtijnse Kapel, een gigantische, digitale plafondschildering gemaakt. ‘Nu hoeven we niet meer uit te leggen wat Rotterdam is’, zei een euforische Fred van Beuningen, directeur van Rotterdam Partners, in het Algemeen Dagblad. Dat is mooi – in Rotterdam kijken we graag vooruit. Maar om bezoekers langer in de binnenstad te laten verblijven, één van doelstellingen van het College, kan het geen kwaad een extra dimensie toe te voegen aan de stad die nu volop in de belangstelling staat.

Rijzende status na de oorlog

Dit jaar herdenken we het feit dat de stad zichzelf 75 jaar geleden, even heroïsch als de legendarische Baron Von Münchhausen, aan de eigen haren overeind trok uit de bagger die het bombardement van mei 1940 had veroorzaakt. In dat staaltje van krachtpatserij toonde de stad niet alleen veerkracht, maar werd ook een prestatie van formaat geleverd. In 1961, bij het gereedkomen van de Nederlandse editie van het bordspel Monopoly, prijkten de Coolsingel, het Hofplein en de Blaak al in de duurste zone van het spel, nipt achter de Amsterdamse Kalverstraat, die echter 300 jaar de tijd had genomen om zijn status te verzilveren. Deze zone bevindt zich precies tussen het Centraal Station en de Markthal, die als postmoderne boekensteunen het vorige iconische Rotterdam als het ware bijeenhouden.

NL-HaNA_2.24.01.04_0_908-4083
Opening Bijenkorf in 1957 door burgemeester Van WalsumFoto: Herbert Behrens, Nationaal Archief/Anefo, licentie CC-BY

Het mirakel

Daarvoor moet je echter wel goed kijken, want de huidige staat van de Coolsingel herinnert nog bar weinig aan de positie die het ooit in het Monopolyspel innam. Verrommeling, sloop en nieuwbouw overwoekeren de relieken van de wederopbouw. Het bedrijfsleven en comités van plaatselijke notabelen verfraaiden na de oorlog nieuwe gebouwen en pleinen en maakten van de binnenstad een graphic novel, waarin verhalen over verlies, veerkracht en toekomstoptimisme aan klanten, burgers en bezoekers werden meegedeeld. Vandaag zijn die verhalen veelal weggezakt in het moeras van de vergetelheid. Maar als dwaallichten zijn ze nog steeds sluimerend aanwezig. Terwijl het beroemde bordspel voor het eerst in de etalages werd uitgestald, schreef de kunstcriticus van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, Cees Doelman, een prachtig essay over ‘het mirakel van Rotterdam’. Hij had zojuist een reis door de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk voltooid, waar hij tot zijn eigen verbazing werd onthaald als ambassadeur van de meest progressieve kunststad ter wereld. In het Guggenheim, het MoMA en het Baltimore Museum Of Art werd Rotterdam geprezen vanwege zijn lef ‘eigentijdse sculptuur te midden van het moderne stadsgewoel’ te realiseren. Diep onder de indruk van al dat lof en met een rode blos op de wangen keerde Doelman terug in Rotterdam. Treffend vatte hij in zijn essay de bijna terloopse, maar buitengewone prestatie van de stad samen:

‘Wie had ooit vermoed dat deze stad een bijzondere internationale reputatie zou verwerven? En toch is die reputatie ontstaan. Zo maar ineens. In enkele jaren. Misschien is het nog wel het mooiste van alles, dat we het hier in Rotterdam al heel gewoon vinden, dat al die beelden er staan. En dit treft buitenlanders in het bijzonder – dat het kan en dat iedereen er content mee is. Het is een mirakel waarover men zich internationaal en met jaloezie verheugt. In een wonderbaarlijk korte tijd is iedereen er mee vertrouwd geraakt. Waarom? Omdat deze collectie de ganse tragedie samenvat, herinnert aan de ramp van de oorlogsmisdaad, de vertwijfeling en het woedende protest. In Rotterdam horen we de schreeuw van afschuw, maar zien we tevens de wil zich weer op te richten uit het puin’.

Gratis 24-uurs museum

Doelman had ook kunnen zeggen:’Nu hoeven we niet meer uit te leggen wat Rotterdam is’. De stad creëerde in luttele jaren een indrukwekkende stadscollectie, die nog altijd vorm geeft aan het meest bijzondere wederopbouwmuseum van West-Europa. Bovendien is het museum 24 uur per dag geopend en is de toegang gratis. De argeloze bezoeker die wandelt van het Centraal Station naar de Markthal kan zich even laven aan deze dwaallichtjes, die hem op ongedwongen wijze in contact brengen met het mirakel van Rotterdam, dat wil zeggen, met die tomeloze wil van de stad zich steeds weer op te richten en te vernieuwen.

Zorg voor openlucht museum

Maar om dat verhaal beter te kunnen vertellen, zijn een aantal acties wenselijk, zoals meer wandelingen met gidsen, betere routebeschrijvingen, maar ook het aanlichten van beeldbepalende ornamenten en sculpturen. Een mooi voorbeeld is de wijze waarop Bureau Binnenstad de gevelsculptuur Het Gezin van Louis van Roode op de Westblaak ’s nachts laat schitteren. Ook is het een overweging een aantal verdwenen beelden te laten terugkeren, waaronder de eerste wederopbouwmonumenten van Han Richters, al gemaakt in 1940, terwijl het puin op de Coolsingel nog rookte. Zijn ode aan de vroegste helden van Rotterdam – de architect en de steenhouwer – verdween in het geweld van de stadsvernieuwing van de jaren zestig, maar heeft recht op een nieuwe plek in het stadscentrum. Tenslotte verdient de grotendeels particuliere collectie ook de morele bescherming van het stadsbestuur en projectontwikkelaars: bijna wekelijks sneuvelen kunstwerken door sloop en nieuwbouw. Zo werden de fenomenale Vogels van Jan Bezemer op de Coolsingel onlangs door de sloopkogel getroffen. Veel meer unieke kunstwerken stevenen op hun ondergang af, denk aan een twintigtal kunstwerken in het oude Dijkzigt Ziekenhuis. Ook de zwaar gehavende sculptuur van Naum Gabo voor de Bijenkorf (wereldwijd beschouwd als één van de meest bijzondere werken in de openbare ruimte) verkeert in acute levensnood. Deze bedreigde binnenstadscollectie stelt slechts een tweevoudige eis: bestaansrecht en erkenning.

Lichtpuntjes

Lichtpuntjes zijn er gelukkig ook. Voorbeeldig in dit verband was de restauratie en herontwikkeling van het stationspostkantoor door Claus en Kaan Architecten in 2010. Veel aandacht ging daarbij uit naar de restauratie van een dertigtal monumentale kunstwerken, waaronder de westelijke gevelingreep van Louis van Roode, die het postkantoor in 1960 de bijnaam ‘Post Kathedraal’ bezorgde. Dankzij bemiddeling van BKOR werd bovendien de ooit verwijderde entreesculptuur van Kees Timmer, een Phoenix die uit zijn eigen as verrijst (hét symbool van Rotterdam) weer aan de ingang toegevoegd. Even voorbeeldig is de door projectontwikkelaar Amvest gefinancierde restauratie van de kleurrijke gevelschildering van Louis van Roode in de entreehal van de Olveh-flat aan de Lijnbaan. Het mirakel van Rotterdam is nog niet verdwenen.

Alle gastbijdragen