Verslag van de uitverkochte lezing ‘Gabo en de stad, toen en nu’ in De Bijenkorf op 15 maart 2018.

Afgelopen donderdagavond organiseerden De Bijenkorf en Sculpture International Rotterdam een avond ter ere van de restauratie van Het Ding. De avond begon met een smakelijk onthaal in La Ruche waar de bezoeker een kunstig Gabo-gebakje voorgeschoteld kreeg.

Na een welkomstwoord van directeur en gastheer Eric van den Elshout, leidde Dees Linders van Sculpture International Rotterdam de bijeenkomst in. Ze noemde de rol van De Bijenkorf als cultuurdrager van de stad en Gabo als exponent van de kunst. Door de metamorfose die Het Ding heeft ondergaan schijnt de sculptuur beweeglijker te ogen dan voorheen. Het Ding zou wat Linders betreft vanaf nu Danser van de Coolsingel mogen heten. Terwijl iedereen aan zijn tafeltje zat te luisteren had men tegelijkertijd een mooi zicht op deze Danser door de grote ramen van het restaurant.

Voordat kunsthistoricus Patricia van Ulzen het woord nam werd de korte film ‘The Thing’ vertoond. Deze Hitchcock-achtige film bracht de restauratie van Het Ding op een bijna geheimzinnige en verrassende manier in beeld.

Minder geheimzinnig maar minstens zo boeiend deed Van Ulzen hierna het ontstaan van het kunstwerk uit de doeken. Ze vertelde over de importantie van de inzet van directeur Gerrit van der Wal en de ontwikkeling van de kunstenaar Gabo in relatie tot de sculptuur. Ze vulde haar verhaal aan met verscheidene anekdotes. Bijvoorbeeld over de nachtelijke inspanningen om Het Ding vanaf de Leuvehaven naar De Bijenkorf te vervoeren. Tramleidingen moesten omhooggetild worden en dus moest de stroom eraf. De eerste nacht, 6 mei 1957, kregen ze de truck met aanhangkar, een zogeheten mallejan, niet vooruit. De tweede nacht lukte het wel en langzaam liep een bonte stoet van belangstellenden in een tweeënhalf durende tocht achter Het Ding aan. Een associatie met The Passion drong zich aan de verslaggever op. Gabo stak na afloop een sigaar op waarna hij iets gezegd schijnt te hebben als: “Wat deden die mensen dat rustig. Typisch Hollands.”

Onder grote belangstelling werd het beeld van Gabo bij de Leuvehaven aan land getakeld.

Foto Stadsarchief Rotterdam

In de nacht van 8 mei werd Het Ding in een zenuwslopende en ijskoude nacht omhooggetakeld. Vanachter hetzelfde raam waar het publiek nu zit, konden destijds alle journalisten het spannende schouwspel bewonderen. Zou Het Ding doorbuigen bij het optakelen? Zou Gabo bezwijken onder zijn zenuwen? Maar gelukkig, alles liep goed af en een opgeluchte Gabo omhelsde directeur Gerrit van der Wal. Het Algemeen Dagblad noemde het een spontane uiting van dankbaarheid van de kunstenaar naar de opdrachtgever.

Als laatste anekdote haalde Van Ulzen aan dat Gabo het werk geen titel had gegeven. Maar moest het kunstwerk dan persé een naam krijgen, Gabo de titel De Hoop het best vond passen. Maar zo eigenwijs als Rotterdammers zijn, Het Ding werd Het Ding.

De artistieke filmimpressie van de restauratie werd door restauratiespecialist Pier Terwen vertaald naar de harde praktijk. Het publiek werd met de bijbehorende technische termen en uitleg hiervan door het proces geloodst. Zo weten we nu dat na een endoscopisch onderzoek vastgesteld werd dat de binnenkwaliteit van de constructie nog goed was. En dat de ribben geschopeerd konden worden. Oftewel, vloeibare metaallagen opspuiten. En ja, dat kan wel 1000 graden celcius worden. Alle netten zijn genummerd, losgehaald en in de werkplaats gereconstrueerd en ook de veren zijn nieuw gemaakt.

Dat het succes van deze restauratie niet alleen aan de uitvoering maar ook aan de voorbereiding, financiering, afstemming en samenwerking van alle betrokkenen ligt, werd ook in het verhaal van  Terwen nogmaals duidelijk. Als Paul van de Laar, directeur Museum Rotterdam, de avond afsluit met de woorden van Wim Crouwel, dat het beeld van Gabo dé reden was om van Amsterdam naar Rotterdam te verhuizen, kunnen we tevreden opstaan om nog een laatste blik door het raam te werpen naar Het Ding.

Lees hier het volledige verhaal over Het Ding