Restauratie Laurenskerk

O, mooie grijze Laurenstoren
In het hart van Rotterdam
Heus wij bouwen jou weer op
Dan zal jij ons weer bekoren
Waait het groen-wit-groen in top

Liedtekst Albert de Booy

nationaalarchief-laurenskerk-overzicht
Het puin is geruimd en de waterwegen zijn hersteld. De wederopbouw van de stad kan beginnen.Nationaal Archief 120-1175

Obstakel

Bij het bombardement van mei 1940 werd de Sint Laurenskerk zwaar beschadigd. De toren bleef grotendeels staan. De kerk was nog maar kort daarvoor gerestaureerd. In juni 1940 werd een commissie ingesteld met architecten en monumentenzorgdeskundigen om een onderzoek te doen naar de toestand van drie belangrijke monumenten: de Laurenskerk, het Schielandshuis en de Delftsche Poort. Op 9 september rapporteert de commissie dat herstel van toren en kerk esthetisch en technisch mogelijk moet zijn. Restauratie zou wel heel kostbaar zijn. Rotterdam is zo arm aan monumenten en de St.-Laurenskerk kan zulk een belangrijk en waardevol punt worden in het stadsbeeld, dat reeds daarom de herstelling van zeer grote betekenis kan worden geacht. Nadat het puin geruimd was en beschadigde gebouwen waren gesloopt stonden de toren en de ruïne van de kerk eenzaam in de lege vlakte. In de Wederopbouwplannen werd de kerk ingebouwd in het stedelijk weefsel; de dure grond rond de kerk was populair. Van Traa, die het Basisplan maakte, zag de kerk als een obstakel. Zoals hij ook het Schielandshuis en het Witte Huis liever wilde slopen…

Bij het bombardement van mei 1940 werd de Sint Laurenskerk zwaar beschadigd. De toren bleef grotendeels staan. De kerk was nog maar kort daarvoor gerestaureerd.

onbekend-laurenskerk-schets
Het plan van J.J.P. Oud om alleen de toren te restaureren en een nieuwe, eigentijdse kleinere kerk er los achter te bouwen naast het Luchtspoor.Uit: D. Broekhuizen – De Stijl toen/J.J.P. Oud nu, Rotterdam 2000

Vervalsing

Er waren na de oorlog verschillende ideeën over de Laurenskerk. Sommigen wilden de ruïne laten staan, als herinnering aan de verwoesting van de stad. En er was een nogal choquerend plan van J.J.P. Oud om alleen de toren te restaureren en een nieuwe eigentijdse kleinere kerk er los achter te bouwen naast het Luchtspoor. In het schip bleven alleen de grafzerken gehandhaafd en kwam een model van de oude kerk. Daardoor ontstond ruimte voor een herdenkingsplaats. Oud: Ik stel me voor, dat men op deze wijze, midden in Rotterdam, een herdenkingsplaats zou kunnen maken, vol wijding. Deze zal in dit stadsdeel als een oase verschijnen. Men kan zich daar uit de stadsdrukte terugtrekken en men zal er zich dieper kunnen bezinnen op het voorkómen van de ellende van de oorlog dan bij een in oude stijl herbouwde St. Laurens. Op het Grotekerkplein had Oud een plek ingeruimd voor het beeld Verwoeste Stad van Zadkine. Een complicatie was dat de toren eigendom was van de gemeente en de kerk van de Hervormde Gemeente.

Rein Blijstra vond dat restauratie gelijk staat aan herbouw: herbouw van een Gothisch monument is in wezen vervalsing, zowel historisch als artistiek. Als men eens rustig overweegt, dat voor de wederopbouw van de St. Laurens acht à tien millioen guldens genoemd worden, dan mag men zich toch wel eens afvragen of het herbouwen van een kerk in een vorm, die niet meer dan een dode copie is van wat geweest is, voor zoveel geld wel verantwoord te achten is.

Het Vrije Volk 14-12-1968

nationaalarchief-laurenskerk-restauratie
Restauratie van de Laurenskerk nog in volle gang in 1964.Foto Winfried Walta (Anefo), Nationaal Archief 915-9252

Restauratie

Uiteindelijk werd er toch gekozen voor restauratie of beter gezegd herbouw van de kerk. Het rijk steunde de restauratie financieel door 90% van de kosten van 8 miljoen op zich te nemen. Koningin Juliana bezocht de Opbouwdag in 1952 en legde de eerste steen met de tekst:

Geschonden door oorlogsgeweld. God geve: in ere hersteld. In een toespraak benadrukte Juliana de grote symbolische waarde van de kerk. Deze St. Laurens in nieuwe vorm zal de kenmerken blijven dragen van zijn herstel uit het midden der twintigste eeuw en zal de Rotterdammers steeds blijven herinneren aan wat daaraan voorafging. Sterker dan voorheen wil hij ’n centrum van de stad zijn. Later zal men zich afvragen: en -toen is hij dus weer opgebouwd- dat was blijkbaar geen probleem in die moeizame tijd rond 1950. En het antwoord zal zijn: natuurlijk is hij toen weer opgebouwd, want Rotterdam was, is en blijft immers: Rotterdam.

Het Vrije Volk 14-12-1968

nationaalarchief-laurenskerk-opening
Het leggen van de eerste steen voor de restauratie van de Sint Laurens te Rotterdam door koningin Juliana op 19 mei 1952.Foto Harry Pot (Anefo), Nationaal Archief 905-1196

Nieuwe mijlpalen

In de daarop volgende jaren zijn er steeds nieuwe mijlpalen te vieren: het herstelde transept in 1958, de luidklokken in 1960 en het carillon in 1961. Restauratie-architect J.C. Meischke (1889-1966) maakte de voltooiing niet mee. Zijn naaste medewerker en opvolger J.W.C. Besemer kreeg voor zijn werk de Laurenspenning. December 1968 was de restauratie van de kerk eindelijk voltooid. In aanwezigheid van prinses Beatrix en prins Claus werd de kerk officieel in gebruik genomen. Het Rotterdamse bedrijf Pakhuismeesteren had ter gelegenheid van het honderdvijftigjarig bestaan twee bronzen deuren van de Italiaanse kunstenaar Giaomo Manzù geschonken. De deuren verbeelden het thema Oorlog en vrede.

onbekend-laurenskerk-klokken
30 november 1960, de 3 grote luidklokken voor de Laurenskerk zijn gearriveerd.Fotocollectie Anefo, Nationaal Archief 911-8284

Architectonische armoede

Nu de kerk in volle luister was hersteld, nam ook de kritiek op de ondergeschikte positie van het gebouw en op de wederopbouw in de directe omgeving toe.

De bescheiden en meer naar binnen gekeerde allure van de Laurenskerk verdraagt heel wel een nauw samengaan met omgevende burgerbouw; vraagt hier zelfs om. Van Traa bepaalde zich tot het scheppen van doorkijkjes op kerk en toren. Het is niet de opzet, maar de uitwerking van deze ideeën geweest, die thans steeds sterkere kritiek ontmoet. De bezwaren richten zich tegen de architectonische armoede van de sinds de jaren vijftig tot stand gekomen nieuwbouw rond de Laurenskerk plus de aanwezigheid van het foeilelijke gebouw van de Stadsverwarming. Het wordt tijd, dat men tegen fouten en tekortkomingen in steen, zoals na de oorlog in de Rotterdamse city en met name rond de Laurenskerk zijn gemaakt, wat minder als “nu eenmaal gemaakt” en “onherstelbaar” gaat beschouwen.

Het Vrije Volk 14-12-1968

Volledige tijdlijn